Amsterdam: mad master.

.

Dat was me weer een vrolijk avontuur! Rond 13.00 uur troffen we elkaar op het station om Amsterdam in te trekken. Onderweg passeerden we meerdere enorme displays waarop in het Engels een tekst te lezen was die toeristen waarschuwde dat er in de straten cocaïne wordt aangeboden dat in werkelijkheid witte heroïne is en al drie dodelijke slachtoffers heeft gemaakt. Dit bracht ons gesprek meteen op drugs, en gaf me de fantasie dat een stelletje gozers die wel eens op coke zouden willen fuiven er bekaaid afkwamen als het heroïne bleek te zijn die onderling contact in de Hotelkamer ongeveer onmogelijk maakte omdat de maten ieder voor zich in een baarmoederlijke rust verkeerden, of, zoals de waarschuwingsborden suggereerden, op het randje van de dood.
¨Tis wel handig¨, zei mijn maat, ¨mocht je eens een keer in tijdnood zitten met een klus en extra energie nodig hebt, om met coke of speed even extra door te trekken.¨
¨Zeker. Ik hoorde eens, rond 1982, van een gozer die bij mij op de Sociale Academie zat en ook niet vies van de middeltjes was, dat hij na inname van speed eens dacht een wandkastje in elkaar te zetten. Hij begon met het schuren van de onderdelen en bleek de volgende morgen door het hout heen te hebben geschuurd! Iets te voortvarend bezig geweest; diezelfde morgen heeft hij het hele zaakje bij het grof vuil gezet.¨

Mad master, dat is een anagram van Amsterdam, eentje die prachtig resoneert met het gevoel dat deze stad in me oproept. Ik had er op voorhand al heel erg veel zin in. Ik zat op de pot te ontlasten toen ik dankbaarheid voelde om mijn bestaan. Loslaten en ontvangen tegelijk. Na een douche in de kleren, koffie en de jas aan. Toen ik opstond leek het een grijze dag te worden, maar hier en daar zag ik nu een licht streepje blauw ook. Zonnebril mee? Ja, vond ik, mooi weer moet je afdwingen. Met de bus naar het station, de bus die twee haltes verder een groep van zes meisjes en twee jongens binnen liet. Ze waren om mij heen gaan zitten en het is geen moment stil meer geweest; ze riepen door elkaar heen, er was veel gelach en voor zover ik het kon volgen ging het allemaal nergens over. Voor hen wel, maar dan op zeer vluchtige wijze. En ik genoot ervan. Ik voelde hoe ontspannen ik was en hoe enige vorm van zelfbewustheid, waarbij ik mij van het tafereel scheidde, me onrust bracht. Regelmatig oogcontact met een meisje die me erg aan Skinny Love deed denken, zoals veel jonge vrouwen met van die subtiele geronde benen en kwetsbare lach. Bij station Haarlem uitgestapt en, naar ik voor de zoveelste keer dacht, mijn laatste pakje shag gekocht. In de hoofdstad aangekomen buiten wat gerookt en geconstateerd dat de zon nu echt helder was doorgebroken!

Onze eerste bestemming was de Nieuwmarkt, voor een Koffie Verkeerd want de Italiaanse versie bleken ze niet te hebben. Was er een verschil? Het kon me helemaal niet schelen; we zaten op het terras en hadden het goed. Vaak, na ontmoeten, raast ons gesprek al van begin tot eind, maar nu was het veel rustig om ons heen kijken, af en toe een opmerking over iets opmerkelijks en dan weer een slokje koffie. Natuurlijk verwezen deze twee vrienden met regelmaat naar vrouwelijke gestalten die zich zeer aanlokkelijk toonden, daarbij ook nuances besprekend tussen aangeboren uiterlijke schoonheid en uitstraling. Ook lichaamshouding en wijze van bewegen werden besproken, niet met felle oordelen, maar in waardering met het verlangend oog zo eigen smaak aan elkaar erkennend. Had ook zeer schik om de oude donkere man die aan de overkant voor een haringkar met een pijpje bier in de rechterhand wat stond te dansen en te trippen, zo scheen het me toe. Op een gegeven moment bukte hij om de kont van een man die op zijn haring stond te wachten uitgebreid te inspecteren! Mad master liet ons hartelijk lachen. Het verkeer vlak voor onze zit vond ik echter wat minder dus ik stelde voor na de koffie naar het Rembrandtplein te gaan. Hij ging meteen akkoord en op dat plein, dat was ook zijn idee al geweest, was het nu wel tijd voor rode wijn.

Het gegiste druivensap doet altijd wonderen met de filosofie. Een regen van associaties doet vermoeden dat we veel meer weten dan we dachten! Tegelijk werd iedere gedachte op waarheid gewogen en gekeken naar wat de maat voor die ´waarheid´ dan wel was. Dan kom je al snel uit bij de dood waarop mijn drinkgezel zei:
¨Schopenhauer had niks met God maar op zijn sterfbed dacht ie er toch mooi eventjes anders over!¨
¨Dat spreekt me aan; ik zie in mijn leven inderdaad dat ik pas tot overgave kom als mijn controlezucht me de hel heeft gebracht.¨
De donkere vrouw die ons bediende had een geweldige bos zwart haar die mij aan mijn laatste vriendin deed denken en mijn maat had er zijn bewondering voor donkere exotische schonen bij op voelen komen. Machtig hoe je in vriendschap alles uit kunt spreken, maar, vroegen wij elkaar af, wanneer wordt dit tot roddel? Na enige overwegingen waren we het eens over een simpele conclusie: kwaadsprekerij gaat over personen maar schadelijk handelen aan de kaak stellen is oprecht in het belang van iedereen.
¨Tegelijk¨, ging ik verder ¨moet ik zeggen dat de dag na gebruik van veel alcohol, de demonische paranoia die ik daarbij kan voelen, me extreem wekt voor de verplichting goed op te letten om niet in de war of paniek te raken. Doet me denken aan de dichter Bert Schierbeek die eens heeft gezegd dat hij zijn beste inzichten had bij een kater.¨
¨Het goede kan niet van het kwade gescheiden worden; ze treden samen op of zijn er niet.¨
¨Precies, dus de spirituele broeders en zusters die menen dat je alleen het goede kunt kiezen vergissen zich door de vorm met de bron te vereenzelvigen. Anders gezegd: de vruchten in hun verschillen als verschillen binnen de bron zelf zien is een blunder van jewelste.¨

De duisternis begon terrein te winnen, de kerstverlichting op de vele kerststallen op het plein voor ons steeds meer op te lichten. Toen zei mijn gezel iets dat me raakte:
¨Het mooie van Jezus is in mijn ogen dat ie allerlei complicaties niet heeft door te stellen: Geloof in Mij en je zonden zijn vergeven.¨
¨Prachtig ja! Als je dit kunt aanvaarden tenminste, want het halfslachtige van alleen op zondag een uurtje naar de kerk zal ook hier niet voldoen vanzelfsprekend.¨
¨Nee, maar tis mooi. In het boeddhisme heb je het zittend mediteren en daarin vind ik mezelf compleet; ook zijn er dharma−talks die die lijken toch, wat ik op het zitkussen beleef, te compliceren.¨
¨Precies! Zien zelf is eigen; hoe je moet zien kan alleen maar aangeleerd zijn! Dat aan een ander vragen is het bevestigen van de twijfel aan wat je al ziet.¨

De vrijheid van handelen van een mens is zwaar overdreven. We zijn zonder eigen verzoek geboren, leven binnen condities waar we niet om vroegen, en doen dat nog steeds alsof er controle bestaat? We zagen het aan de mensen. Of zagen we het alleen maar aan de mensen omdat we al zo dachten? Dat bespraken we. Wat is ieder moment ´mijn´ projectie? We vingen elkaar af tot diep in de nacht met steeds weer diezelfde lach! De beperkingen door controlezucht gevonden zijn lachwekkend als de controlezucht eenmaal gevallen is; pas dan zie je hoe je altijd moeilijk deed in wat nu verleden is. We zagen het allebei van onszelf en kregen trek in pizza.

Vlakbij het Leidsplein, een zijstraat daarvan, op zoek naar pizza. Gevonden en opgevreten terwijl onze wakkere tongen elkaar bekogelden met overtuigingen die we ook opvraten tegelijkertijd met steeds de rode wijn erbij. Na al dat gedoe naar buiten. Staat daar een prachtige vrouw met enorme krullenbos voor een eettent even verderop aan een waterpijp te lurken!
¨Mag ik even proeven?¨ riep ik tijdens onze wandel.
¨Kom maar¨, zei ze met een wuivend gebaar. Ik erheen. Ik had hash verwacht maar zij had het over menthol en nog wat anders dat ik niet verstond. Ik zoog en keek in haar ogen.
¨Neem nog maar een trekje.¨ Ik zoog me haar prachtige ogen in en hoorde daarna haar verhaal dat er later buikdansen in de zaak is en dat we welkom zijn. Met mijn beste lach zei ik gedag waarop ik mijn maat zei dat de waterpijp prachtige smaak maar geen drugs bevatte, en dat ik haar ogen en krullen niet kon vergeten.
¨Ik zag wel heel heel rook uit je mond komen¨ was zijn antwoord dat me deed lachen.
¨Echt, het meeste was waterdamp; ik heb niks gekregen behalve de invitatie daar naar binnen te gaan. Ik maak me er sterk voor dat menig man, door haar lieve lach, de omzet daar vergroot.¨

We dwaalden door wat ondertussen nacht mocht heten. Een waanzinnig mooie nacht. Waanzin speelt pas parten als je het gelooft, daar hadden we geen last van. Maar we wilden wel alles open houden en geen ervaring met welke filosofische conclusie dan ook sluiten. Op het laatst was het zo duidelijk: filosofie maakt een toffee van je die je aan beide kanten kunt open trekken maar als je meteen al loslaat wat je zojuist zag blijft ervaren altijd vrij van welk aankoeken of ingewikkeldheid dan ook. Toen vroeg hij mij:
¨Denk je nog aan de vrouw met de waterpijp?¨
Ik zag meteen haar schoonheid weer en wist dat ik heel goed zonder ook kon.

In de laatste kroeg bleek het verschil tussen hart en verstand wel het meest. Zowel hart en verstand zijn ingangen op zoek naar je essentie en je eigen aanleg bepaalt welke het eerst komt. De beperkingen die de vormen suggereren, zo vulde hij me prachtig aan, zijn alleen beperkingen in de weerstand, als die weerstand niet optreedt is beperking mogelijkheid tot liefdevolle actie. Ja, in de ijdele wereld van winst noch verlies: laten we elkaar aanbidden op voorhand! Er is niets dat wie er ook aan kan doen geboren te zijn; de mierenkolonie zit vol grote bekken maar de kolonie zelf is waardiger dan al die bekken bij elkaar! Hier verloren we geen contact maar wel communicatie; hij bleef in de kroeg en ik ging. Ik zei dat ik nog verder ging kijken en hij knikte. Mijn laatste trein had ik laten schieten. Hij was al bijna thuis. Ik buiten nog met een vreemde gelachen en ben toen op zoek naar nog meer wijn gegaan. Die ik nergens meer vond, het was te laat. Wel op het Damrak een gozer getroffen die zonder dat ik hem aansprak vroeg of ik een biertje wilde. Ja, dat wilde ik wel. Dio heette ie. Hij gaf mij een blikje en zei dat ie zijn naam waard was. Zal ik nog wel eens opzoeken, die naam.

Heb na veel navragen San Francisco gevonden, de enige tent in Amsterdam die tot vijf uur zeker open is. Maar de bonkige neger voor mijn snuit had mijn koppie eerder gezien en wist deze maar niet thuis te brengen.
¨Wat zit je nu te kijken?¨ zei ik terwijl mijn blik de zijne penetreerde en ik het antwoord kreeg:
¨Ik vergeet nooit gezichten; heb je volgens mij hier eerder aan de deur gehad; ik weet het niet…¨
Weer intensiveerde ik mijn ogen en ik zag dat ie niet boos was toen ik de foute opmerking maakte:
¨Dus ik kom niet binnen omdat jij wat op me projecteert?¨
Om kort te gaan, ik heb me inderdaad jaren terug aan die deur misdragen en er nog minder van herinnerd dan deze aardige vent, die me wellicht van ondergang heeft gered door me niet binnen te laten en te vragen niet zo te zeiken. Heb toen nog enkele uren door de stad gedwaald en genoten van wie ik ook maar aansprak; een zo een nacht is een volstrekte roman. En zoals mijn vriend zo mooi lachte: ¨jij bent een underperformer¨. Ik word graag gelezen. De laatste ijdelheid die valt.

.

Over Joost Lips

https://bodemlozebeeldentuin.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in proza en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s