Krakende sponningen, dank je Philip

.

Met regelmaat hoor ik deze avond de sponningen van de ramen piepen en kraken, krrr! de wind wil erdoor! Tis een prettig geluid, geeft een magisch sfeertje, net alsof Harry Potter ieder moment op een bezemsteel langs het grote raam kan komen vliegen. Krrrrrr, krrr, krrr, de trillingen benadrukken de stilte waarin ze verschenen. Het blijft me intrigeren. Als ik het hoor zonder iets te denken is het geluid niet langer daar bij het raam maar in me. Doet me denken aan de monnik die aan de leraar vraagt of het nog ver is naar de tempel, dan de tempelbel hoort en in een klap zijn zelfreflectie verliest om in het geheel te worden opgenomen.

Tijdens wandelingen overkomt het me geregeld: door te luisteren naar waar de stads- en natuurgeluiden in opkomen kom ik tot diepe ontspanning, is ieder geritsel, de claxon van een auto of de donderslag na weerlicht deel van mijn zenuwstelsel. Op school heb ik geleerd dat geluid trilling is, door de lucht naar mijn oren toe reist en daar dan een membraan laat trillen wat mijn hersenen vervolgens registreren. Zo bezien komt het geluid van buiten. Het horen zelf vertelt dit verhaal niet; zonder interpretatie is het geluid precies waar het ontvangen wordt, en als dat geluid uit een hoek klinkt dan ben ik blijkbaar ook in die hoek. Mijn gewaarworden is niet beperkt tot dit lichaam, staat met alles in verbinding. En eigenlijk klopt dat laatste ook niet want de afscheiding ´verbinding´ bestaat in het horen zelf niet. Voor een doof persoon is de hele wereld stil; er is geen scheiding.

Ik hou van filosoferen over dit soort dingen, niet om iets op te lossen, maar om het wonder te erkennen telkens weer. Menen te weten is hetzelfde als vervallen in cliché´s, waarin luisteren verminkt is, verstaan mank gaat. Vragen stellen brengt me terug naar de ruimte waarin aangeleerde kennis niet de baas is en de zintuigen kunnen werken zonder dat er meteen interpretatie aan verbonden wordt. Wellicht wek ik hiermee de indruk dat ik de hele dag met het denken bezig ben maar zo is het niet. Beter kan ik dan zeggen: zodra cliché en gewoonte mijn humeur en opmerkzaamheid verpesten stel ik me de vraag wie dit ziet en zo kan geen cliché standhouden. Deze toewijding is er niet om ooit verlicht te worden, de verlichting is onmiddellijk. Niet blijvend maar wel onmiddellijk. Ieder moment mogelijk. Als je dit eenmaal door hebt is filosofie geen weg naar de toekomst meer maar een speeltuin om al dan niet nu te betreden.

Philip Renard spreekt in dit verband van ´De Heilige Volgorde´. Het onmiddellijk zicht is dat vrijheid al is en voor iedereen nu mogelijk. Het hele verhaal en ook niet het hele verhaal. In het hele verhaal keert ook het denken met al zijn geneigdheden en kronkels weer terug. De Heilige Volgorde zegt: zodra in de vormenwereld ( ´binnen´ en ´buiten´ ) conflict en verwarring optreedt, is het raadzaam terug te keren naar het onmiddellijke besef van diegene die de verwarring ziet om van daaruit, conflictvrij, de kwestie opnieuw te bezien. Altijd probleemloos nieuw beginnen.

Ik was intiem leerling van Philip en kwam in die rol in conflict met Philip. ( Als ik Philip´s naam noem spreek ik over mijn waarneming en verantwoordelijkheid de hele tijd ) Na jaren geen contact met hem is er weer contact ontstaan per e-mail en postpakketjes, en de hartstocht van die dagen is er nu ook, dezelfde passie en hartelijkheid, en een nieuwe situatie. Mijn zicht en praktijk van die dagen raken deze dagen een nieuwe dimensie in mij. Ik heb Philip´s laatste boek van hem opgestuurd gekregen en weer over De Heilige Volgorde gelezen. Ik had niet het probleem van toen, was het ermee eens als toen! Tijdens de wandelingen afgelopen week zakte dit dieper en dieper in me en nu besef ik: als ik indertijd niet zo mijn best deed mijn kritiek hard te maken had ik De Heilige Volgorde geëerd, nooit contact met Philip hoeven te verliezen! Dan schaam ik me. Ik ben blij met erkennen. En geen schuld gegeven krijgen.

Krrrrr, krrr, krrr. Dat heeft Philip stellig vaak met mij gevoeld, geen twijfel over mogelijk. Zijn persoonlijk woordgebruik in onze uitwisselingen is zo prachtig poëtisch op momenten, dan treedt hij buiten gebaande kaders en laat ie, zoals ik hem ook schreef: ¨(…) mijn brein (…) piepen en kraken en kettingen van eigen makelij me om de oren slaan! En toch die glimlach!¨ Als ik de mail-wisseling lees en herlees kan ik alleen maar dankbaar zijn. De kwaliteit van Philip´s antwoorden aan mij is volstrekt evident voor mij; ik heb hem geschreven dat behalve het gekraak in de sponningen van mijn denken ik vooral enorme ruimte zonder ramen ervaar. Ruimte waarin mijn waanzin plaatsvindt, die ik gewoon erkennen kan.

Alles dat niet goed aan me is versterkt ook weer enorm deze dagen. In de tijd dat ik Philip´s nabije leerling was wist Philip ook dat ik veel dronk en hij liet me. Alleen tijdens een zomerweek, nadat ik een fles whisky in een tentje had leeg gezopen, ging er toch een ingreep komen toen ik tijdens een bijeenkomst met de leerlingen zei: ¨het viel wel mee¨. Dat zei ik terwijl ik zwaar emotioneel was geworden in dat tentje met die fles die nacht ervoor. Philip viel niet over die fles, hij viel over mijn reactie ´dat het wel meeviel´.

De schaamte die ik kan voelen als ik deze dingen schrijf is niets vergeleken bij de vrijheid die een ware biecht me geeft. Ik kan als schrijver een beetje freewheelen; veel mensen zijn al blij met een goedlopende tekst. Mijn hart en ziel erin leggen doe ik met regelmaat maar als het allemaal wat minder is publiceer ik ook. Aandachtsbehoefte. ´Relatiebureau´, zei Philip in zijn laatste mail en hij gaf me geen ongelijk.

Ik heb altijd een probleem gehad met de grens tussen privacy en openheid. Men vond mij nogal open en kon vragen of dat nou verstandig was. Die openheid op mijn weblog heeft er bijvoorbeeld aan meegeholpen dat ik mijn laatste baan na 21 jaar verloor. Iedereen kon lezen wat ik in mijn vrije tijd deed en dat bepaalt de opinie van verpleegkundige teamgenoten overduidelijk. Ik heb de luwte, met al mijn domheid, toch niet gezocht. Toen ik Philip vroeg of ik zijn naam naar believen mocht gebruiken op mijn weblog kwam daarop geen antwoord, ondertussen kreeg ik parels binnen. Wat niet van belang is wordt simpelweg niet benoemd. Ik hoor de stilte als ik wat meen te missen. Krrr. De wind is vrij.

O ja, laat´t nog een keer aan bod komen: heb ik nou vrije wil of niet? Als ik het mag zeggen, −en dat mag ik, want een schrijver kent tijdens de bezigheid geen publiek of tegenspraak−, dan heb ik de vrije wil om als iets vastloopt even te zien in wat dit vastloopt, wie dit ziet. Zo simpel is het dus echt. Tis het hele verhaal. Maar niet in Babylon. Daar mag best wel wat meer over gezegd worden. En dan zeg ik hier: als ik drink dan wil ik meer en heb ik geen vrije wil, maar wie verplicht mij om het eerste glas te drinken? Het spel werkt pas als het begonnen is en ik hoef geen spel in. Het vraagstuk van wel vrije wil of niet bleef me maar bezoeken in mijn filosofische kaders als ik in eenzaamheid de fles benutte. Ik ben eenzaam geweest door gedachten. En ben altijd weer stilgevallen. In onmiskenbaar besef dat er niets aan de hand is. Omdat ik altijd voor Hart in plaats van conflict kan kiezen en zo zonder vooroordeel bij mijn vermeende belagers terugkomen. Dan blijken er helemaal geen belagers te zijn.

.

Over Joost Lips

https://bodemlozebeeldentuin.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in Philip Renard, proza en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s