Stuk vertaalwerk

.

Grappig, het extatische gevoel van gisteren leek er vandaag niet te zijn; nou, dan weet ik wel hoe laat het is! Zit ik weer te vergelijken met mijn denken natuurlijk; toch weer een zoektocht van eenvoudig aanwezig gewaarzijn gemaakt haha! Al die extases en bliss gewoon vergeten, das veel beter. Gisteren kwam er een gedachte langs die meer helpend en zeer eenvoudig is: ik weet precies wanneer ik onecht gedrag vertoon dat een pose is en niet spontaan. Dat is genoeg.

Sta tegenwoordig lekker tijdig op, zo ook deze dag, maar echt fit voelde ik me niet. Alsof er een griepje onder de leden zit die echter niet door wil drukken. Je kent dat wel, een wattenhoofd en gevoelens van spierpijn zonder gesport te hebben. Ik heb mij een koffie bereid en ben in de ochtend gestart met het vertalen van een stuk van Jackson Peterson dat De Vijf Principes van Realisatie en Bevrijding is gaan heten. Wilde halverwege het werk gaan wandelen maar kwam maar niet los van de tekst; in de namiddag was het geklaard. Nou ja, eerst nog geredigeerd en toen eindelijk de wandelschoenen aan.

Het vertalen van de woorden ´awareness´ en ´consciousness´ in ´gewaarzijn´ en ´bewustzijn´ leek mij correct maar het taalgebruik van Jackson dwong me hier en daar tot het vinden van andere oplossingen. De vraag kwam daarbij op of door de schrijver verschil wordt gezien tussen awareness en consciousness. Verschillende leraren gebruiken de termen weer anders. Een broer van mij suggereerde iets dat mij aansprak: je hebt bewustzijn van de dingen, gewaarzijn is zich bewust van dit bewustzijn. Ook een Facebookvriend gaf haar opinie na de vertaling gelezen te hebben; ik heb het tenslotte nog tweemaal geredigeerd vanavond en ben tot het volgende gekomen. Had hier en daar graag de boel krachtiger omgegooid om de leesbaarheid te vergroten maar wilde de stijl van de schrijver tegelijk respecteren; het laatste belang heeft gewonnen. Kritische noten zijn welkom!

*

De Vijf Principes van Realisatie en Bevrijding
Jackson Peterson

Het eerste principe is het gewaarworden van onze gedachten en de aard van denken. Door louter de positie van observator van gedachten en beelden die komen en gaan in te nemen, ontdekken we dat alle gedachten hetzelfde zijn: ze zijn tijdelijke verschijnselen die komen en gaan gelijk wolken in de lucht. Maak een gedachte niet belangrijker dan een andere. Als we geen aandacht geven aan enige gedachte maar verblijven in de rol van ¨observator¨, zal de ruimte van gewaarzijn zich meer open tonen en zullen gedachten minder aandacht vragen. We ontdekken dat alle gedachten zonder substantie en gewicht zijn. We kunnen zeggen dat onze gedachten ¨leeg¨ zijn, als wolken; verschijnselen zonder kern of wezen.

Het tweede principe is het herkennen dat onze verhalen en emotionele drama´s geheel uit gedachten zijn opgebouwd, onze ¨lege¨ gedachten. In het verloop van de observatie van onze gedachten zouden we kunnen opmerken hoe ze zich met elkaar verbinden in ketens van betekenis en specifieke belangrijkheid. Het is dit aan elkaar verbinden van gedachten dat onze verhalen, geloofsovertuigingen en emotionele drama´s op een overtuigende en krachtige wijze creëert. Mogelijk gevolg hiervan is dat we de dag door van de ene mini-dagdroom in de ander geraken. Het is deze tranceachtige geestesgesteldheid die we keer op keer dienen te verbreken, zo vaak als mogelijk is. We doen dat door onze aandacht te laten verspringen van het denken naar de aanwezigheid van de vijf zintuigen in het onmiddellijke heden. Sla eenvoudig acht op je fysieke omgeving en de directe zintuiglijke ervaring, vrij van analyse. Beoefen dit verspringen van mentale betrokkenheid met gedachten naar het opmerken van je fysieke omgeving zo vaak als mogelijk is. Hopelijk zal de tranceachtige gewoonte constant in je denken te verblijven zo gebroken worden. Op deze wijze kunnen we onszelf bevrijden van rusteloosheid en emotioneel lijden gezien het feit dat beide zijn veroorzaakt door verhalen die zelden worden betwist. Het is mogelijk te ontdekken dat onze verhalen en emotionele drama´s net zo leeg zijn als onze nachtelijke dromen. Feitelijk zijn onze dagdromen en verhalen niet reëler dan onze nachtelijke dromen. We ontdekken dat onze verhalen net zo leeg zijn als de wolken in de lucht die zich groeperen in verschillende formaties welke het volgend moment uiteendrijven en verdwijnen zonder een spoor achter te laten.

Het derde principe is het herkennen dat iemands zelfbesef ook alleen maar een van gedachten gemaakt leeg verhaal is; een mentale constructie zonder werkelijke identiteit als onafhankelijk en zelfbeschikkend wezen. Studies hebben vastgesteld dat onze coherent gevoel van persoonlijke identiteit niet eerder verschijnt dan rond de leeftijd van 18 tot 24 maanden. Dit betekent dat er voor die tijd geen persoonlijke ¨mij¨ of zelfbeeld was. Tevens betekent het dat het zojuist verschenen besef van ¨mij¨ volledig het resultaat is van verzonnen verhalen die de geest over identiteit construeert. Er is geen persoonlijk zelf aanwezig anders dan de schijnvertoning van dit ¨mij¨ verhaal. Zelfs wetenschap maakt duidelijk dat er uitsluitend een verenigd veld van energie is, het universum zonder losstaande delen. Binnen het complete veld zijn alle ´delen´ onderling afhankelijk zonder enige onderbreking of gespletenheid in de eenheid. Het gevoel een onafhankelijke identiteit als een ¨persoonlijk zelf¨ te zijn is eenvoudig een illusie en heeft feitelijk nooit bestaan. Door de van moment tot moment opkomende ¨mij¨ gedachten te observeren kunnen we opmerken dat het ¨persoonlijke mij¨ niet meer is dan een keten van aaneengeschakelde gedachten over identiteit, die worden ondersteund door herinneringen en verbeelding. Als je dit direct en helder ziet, niet alleen intellectueel, wordt de leegte van persoonlijke identiteit evident voor de geest, waarop de illusie wegvalt. Maar dit wegvallen zal gebeuren in overeenstemming met de mate van diepte van dit zelfonderzoek. Als het niet gebeurt is het verstaan te oppervlakkig en niet overtuigend genoeg naar de diepere lagen van de geest, die gebaseerd zijn op geconditioneerd en gewoontegetrouw ¨zelven¨. In zo een geval zou je opnieuw naar de eerste twee principes dienen te kijken en een diepere staat van observatie moeten vestigen betreffende de ervaring van de opkomende en oplossende ¨mij¨ gedachte; doe dit tot het duidelijk is dat er geen persoonlijk zelf bestaat anders dan deze geloofsovertuiging van de geest. Als herkenning opkomt wordt duidelijk dat de notie van een persoonlijk zelf leeg is, als een enkele reusachtige wolk die de hemel domineert en desondanks toch in het volgende moment verdwijnt zonder een spoor achter te laten.

Het vierde principe is het herkennen wat exact de aard is van dat wat het lege karakter van gedachten, verhalen en persoonlijk zelf-zijn observeert en ervaart. Wat is het dat ¨herkent¨? Wat is dit onpersoonlijke bewuste gewaarzijn dat waarneemt en kent? In deze herkenningen toont zich een alsmaar toenemende evolutie of openbaring van wijsheid. Als gevolg hiervan zal iemands cognitieve ruimte uitgestrekt, open, helder, transparant en zonder centrum zijn. Wat is precies deze staat van onpersoonlijk bewustzijn? Het heeft duidelijk een besef van bewustzijn; leeg en kennend. Kunnen we het gewaarzijn gewaar zijn? Is dit bewuste gewaarzijn aanwezig in alle ervaring op onafscheidelijke wijze?
Laten we direct kijken naar deze onpersoonlijke bewuste kennendheid: sluit je ogen in een goed verlichte kamer. Merk op dat het licht in de kamer een innerlijke gloed op je gesloten doorschijnende oogleden creëert. Je zal een oranje-rode kleur op je oogleden zien. Wat is het dat deze kleur observeert? Het lijkt alsof je bewuste gewaarzijn een plek enige centimeters achter de ogen inneemt en dat de aandacht gericht is op de oogleden daarvoor. Merk je bewuste aanwezigheid op als de plek van waar je naar voren kijkt, naar de oranje kleur. Ben je ¨bewust¨ van de kleur? Wees nu bewust van je gewaarzijn eenvoudig zoals het is. Heeft dit gewaarzijn enige kleur, vorm, substantie of dimensie van zichzelf? Of is het simpel een lege aanwezigheid van bewust kennen? Kijk steeds opnieuw naar de laatste twee vragen totdat het duidelijk wordt dat ¨jij¨ feitelijk dit lege, heldere en bewuste kennen bent. Als dit helder wordt gezien zal, in plaats van het herkennen van de leegheid van gedachten en zelf, als de lege aard van wolken die verschijnen in de lucht, de lege aard van de lucht door zichzelf zijn herkend.

Het vijfde principe is het herkennen van de ondeelbare relatie tussen iemand´s lege bewuste ¨zien¨ en de vijf zintuigen. Iemand kan geen gewaarzijn vinden afgescheiden van zintuiglijke waarnemingen. We denken dat we wezenlijk externe waarneembare objecten en dingen ervaren, maar we ervaren alleen interne waarnemingen in bewustzijn zoals zintuiglijke stimulaties van licht, geluid, smaak, geur en tast; niet hun objectieve referenties.
Er is niet eerst een zintuiglijke waarneming en dan het gewaarzijn ervan. De vijf zintuigen zijn dit ¨kennende gewaarzijn¨ die opgesplitst lijken in vijf aparte zintuiglijke componenten. Deze zintuiglijke vermogens zijn niet beperkt tot de fysieke vijf zintuigen. ¨Kennend gewaarzijn¨ kan waarnemen onafhankelijk van de vijf fysieke zintuigen zonder enige beperkingen betreffende tijd en plaats. Door onze aandacht volledig met de vijf zintuigen te laten samengaan in plaats van met de mentale fenomenen als gedachten, verhalen en geloof in persoonlijke identiteit, openbaart zich een staat van totale ¨nuheid¨ voorbij aan gedachte en geest. Een ongelimiteerd zicht van kennende transparantie en Helder Licht openbaart zichzelf als onze ware natuur voorbij aan beschrijvingen of aannamen van de geest. Door onze aandacht volledig met de vijf zintuigen te laten samengaan wordt de lumineuze natuur van verschijnselen geopenbaard als het heldere karakter van ons eigen gewaarzijn.
De innerlijke aard van de vijf zintuigen is zelf de helderheid van puur gewaarzijn. We kunnen puur gewaarzijn kennen door de onmiddellijke aanwezigheid van de vijf zintuigen. Puur gewaarzijn is nooit afgescheiden van de innerlijke aard van de vijf zintuigen. Kunnen we gewaarzijn scheiden van het zien wat gezien wordt? Kunnen we gewaarzijn scheiden van het horen van een geluid? Is er een afstand tussen het waarnemen en het gewaarzijn dat waarneemt?

Er zijn nooit concepten binnen het waarnemend gewaarzijn van de vijf zintuigen, dus is er ook geen begoocheling.
Er is nooit een ¨zelf¨ of een ¨mijn¨ binnen het waarnemend gewaarzijn van de vijf zintuigen.
Er is geen emotioneel lijden binnen het waarnemend gewaarzijn van de vijf zintuigen.
Er zijn geen ¨geconcretiseerde¨ of afgescheiden en gelabelde objecten binnen het waarnemend gewaarzijn van de vijf zintuigen.
Er is geen vastgrijpen of afweer binnen het waarnemend gewaarzijn van de vijf zintuigen.
Er is geen hoop of angst binnen het waarnemend gewaarzijn van de vijf zintuigen.
Vaardige en meedogende acties komen spontaan op uit het natuurlijke wijze gewaarzijn van de vijf waarnemende zintuigen.
Er is louter diepgaande vrede binnen het waarnemend gewaarzijn van de vijf zintuigen.
Er is niets dat de vijf zintuigen moeten realiseren om vrij te zijn.
Het waarnemend gewaarzijn binnen de vijf zintuigen is nooit gebonden geweest.
Onze onmiddellijke non-conceptuele ervaring van de vijf zintuigen is puur gewaarzijn; een natuurlijk nirvana dat nooit ophoudt te verlichten en nooit verzaakt verrukking te verzorgen.

.

Over Joost Lips

https://bodemlozebeeldentuin.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in dzogchen, non-dualisme, proza en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s