Vallende bladeren

DSCN1604

.

1.
Verlang armoede van geest
waarin verslaving aan ervaring
niet langer de scepter zwaait.

Waar fundamentele rust
mij altijd vrede van genoeg is
tot U mij wekt voor een gunst.

Hoe zal ik U noemen?

Noemde U al Grote Moeder
en God in vroeger dagen;
ook heeft U even Tao geheten.

U bent bezongen door dichters,
de Heer in menig Heilig Boek
en ook ik mag U graag bezingen.

Maar wat weet ik nu van U?

U bent in alles dat leeft de Ene,
´t Hart in ieder gebeuren doch
daardoor nooit wezenlijk geraakt.

Ik roep U aan en heb gehoord:
zodra ik U volstrekt besef en toelaat
is het eigenlijk met mij gedaan!

U bent ´t enig Echte in mij.

.

2.
Ik, tijdelijke draaikolk in Uw oceaan,
zag al mijn ijdele plannetjes mislukken
en moet deze nog leren te laten gaan?

Wist vaak niet de weg in dit bestaan;
dan kwam pijn mij op feiten drukken door
waan op Uw aambeeld tot geweten te slaan.

.

3.
Oké, stapelgek, ik geef het toe:
de weg te gaan waar ik naar vroeg
was de weg die ik altijd al vredig ging
maar dan kwam ik met zonden ertegenin!

Vroeger was er kerk en biechtbank maar
beiden bezoek ik al lang niet meer;
de biechtbank is nu overal, de biechtvader
weet ik nu in ieder´s oren Heer!

.

4.
Hafiz sprak:
´Ga weg bij degenen
die jouw wonderbaarlijke geest gevangen zetten
met bedrog en leugens.´

Hoe waar deze woorden
waardoor Hanshan schreef:
‘Ik trek me nu op de Koude Berg terug
en was de oren die de wereld hoorden.´

Ben ook al eenzaam en berooid
en zing U toe met heel mijn hart:
wanneer brandt Uw Licht toch mij
en mijn wereld´s verlangen door?

.

5.
De weg is duister in ontkenning
waar de weg altijd al gewezen is.
Niet in visioenen en diepe gedachten,
steeds weer in dagelijkse signalen als
een verzoek op straat om wat gehoor.

Ik verdwaalde altijd in de geest;
´t kompas is nooit weg is geweest.

.

6.
Vanmorgen na het ontwaken
hoorde ik kerkklokken en dacht aan U;
– heel even –, toen ging ik
wat voor mezelf doen
de rest van de dag.

Mijn toewijding een farce
waar ik geld aan zelfzucht verbras
om ´t faillissement nog eens
een flink zetje te geven.

Ze zeggen dat ik niet besta Heer;
hebben ze gelijk?

Ik ben nogal van koers
en streek geraakt.

.

7.
Vandaag tijdens het wandelen
kwam de zwaarte van geestelijk dwalen
in het licht van steeds huidige stap
waarin fris richting is te bepalen.

Een wijsheid uit de zeevaart luidt:
al lijk je nog zo afgeweken: een graad
koerswijziging bestrijkt straks kilometers!

.

8.
Moeder van Ontvankelijkheid, dit is het:
mijn plannen waren de aandacht kwijt
voor Uw Aanwezigheid in allen!

Zonde voelde weer zo zwaar, ook deze dag,
blij dat in biecht waan zich bevrijden mag
tot het besef van wat er altijd al achter ligt.

Mijn gebeden en evocaties
komen als mijn wil-exercities eerder faalden,
de mot alleen nog naar het brandend licht wil
de tegenstelling opofferend
als niets.

.

9.
Ik zou een boek schrijven, dat was het plan;
ging ik aan de gang, voelde ik me verlamd!
Dat was natuurlijk reden dat dichter Tukaram
zei dat ie nooit ene letter geschreven had!

De pen is gif in mijn handen
als ik deez´ voor eigen doeleinden benut;
laat mijn ijdele loop snel zijn ten einde,
de rest van mijn werken op liefde gestut.

.

DSCN1610

Over Joost Lips

https://bodemlozebeeldentuin.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in fotografie, poëzie en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s