Van plannetje tot gehaktpannetje

.

Geen zee gezien vandaag, dat liep even anders. Was pas rond twee uur in de middag van huis gegaan en toen ik een stukje rende om de bus te halen had ik het meteen al pittig warm. De bovenluiken van de bus waren gesloten dus dat liet zich goed voelen. In het centrum uitgestapt en verder naar het station gelopen, onderweg mijn corpulentie in etalageramen constaterend en de warmte sterk ervarend. De beloofde 22 graden werd stellig overschreden; druppels parelden over mijn slapen heen. De trein liet ruim een kwartier op zich wachten en, het was zelfs amper een overweging, ik pakte gewoon weer de bus naar huis! Zo kan het dus gaan. Bij het winkelcentrum wat inkopen gedaan en mij hogelijk verbaasd over een vrouw wiens gezicht enorme gelijkenis vertoonde met een vroegere vriendin van mij. Ze had niet het ranke postuur maar haar gelaat betoverde me meteen; was zij het echt niet? Onwillekeurig koos ik zo route tussen de schappen dat ik het voor de zekerheid nog enkele keren controleren kon; wat een fraaie snoet! Op zeker moment besloot ik dan maar af te rekenen en mijn verkleefde aandacht voor haar op te geven toen ze met haar mandje achter me kwam staan. Nu had ik weer de gelegenheid haar nog enkele malen goed op te nemen. Het was ongelooflijk: haar gelaat vertoonde vanaf alle gezichtspunten meest opmerkelijke overeenkomst met het profiel van genoemde ex-vriendin; ik moest steeds weer kijken om te zien of er wel een verschil te ontdekken was! Nadat ik had afgerekend bekeek ik haar gehele postuur en kledingstijl eens goed en toen was ik wel overtuigd; ze was echt iemand anders. Weglopend met mijn plastic tas overwoog ik of het niet een goed idee zou zijn haar ten huwelijk te vragen, maar volgens mij gaat daar altijd eerst een en ander aan vooraf zoals een gedegen kennismaking. Ik voelde me echter onfris en te vadsig om nu enige toenadering te maken en ging huiswaarts met de overweging dat de noodzakelijke beweging beter in de vroege ochtenduren aangegaan kan worden.

Na het ontwaken vanmorgen, dat was opvallend, had ik het opeens, snel achter elkaar, druk met twee vliegen en een bij. De eerste vlieg had mij al meerdere malen in de slaapkamer bezocht met stevig gezoem; nu hing ie met zijn snuit tegen een keukenraam. Het beestje wilde duidelijk naar buiten. Raam wijd open, oude krant erbij en de weg gewezen. Daar ging ie! Kop koffie gemaakt maar voor ik de keuken verlaten had zat er toch weer zo een klein brombeestje tegen het raam op te vechten! Oké, koffie neergezet, raam wijd open, krant erbij en weer gelukt. Naar de woonkamer met koffie, aan tafel plaats genomen, en net toen ik het eerste slokje nemen wilde, jawel, gezoem van een bij tegen het grote raam. In dit veel groter vertrek met een krant zo een beestje het open balkondeur wijzen zou niet meevallen; ik koos ervoor een groot glas en de oude krant te nemen, de glas over de bij te plaatsen, de krant onderdoor te schuiven en ja hoor, ik had ´m. Het klein wonder kreeg wat last van claustrofobie, vertoonde paniek, maar ik lachte want zijn opluchting zou zeer spoedig over gaan in een vrije vlucht vanaf mijn balkon. Aldus geschiedde.

Links voor mij, op het prikbord, hangen twee A-4tjes met allerlei sleutelwoorden over gebeurtenissen uit mijn leven die ik wil beschrijven. Veel zijn er al beschreven op mijn weblog maar die allen terugvinden is een heidens karwei; titels die ik gebruik verraden vaak niet dat ik over een zekere gebeurtenis in betreffende tekst heb geschreven. Dus ik doe het geheel opnieuw, uitgezonderd de anekdoten die ik wel nog weet te traceren. De sleutelwoorden raken aan gebeurtenissen die, als ik ze allemaal heb uitgeschreven, een mooi manuscript vormen. Maar natuurlijk, onderweg, als ik eenmaal aan de gang ben, ontpoppen zich veel meer herinneringen, ontsluiten via associatiereeksen andere laden in het geheugen zich en groeit het verhaal van binnenuit. Autobiografisch wordt het niet want ik zal, waar ik maar wil, aan geschiedvervalsing doen; de herinneringen dienen louter als opstapjes en kapstokjes om de fantasieën van mijn dikke duim aan op te hangen. Maar omdat nogal wat van mijn voorspellingen niet uit komen kan de lezer dit gerust met een korreltje zout nemen.

Ik dacht gisteren bijvoorbeeld echt even dat ik de laatste wijn zou drinken. Ook dat ging dus anders. Gisteren voelde ik een heerlijke lichtvoetigheid die meende: dat afkicken doe ik nu met gemak. En vannacht akelig gedroomd met paranoïde tendensen. Een kerel die mij op een weide even komt lastig vallen, bedreigen, lelijke dingen zeggen, dat werk. Hij raakte me niet aan, pelde een sinaasappel en wierp de schillen voor mij, die in de halve lotus daar zat, uitdagend neer. Er was iets van bewustzijn in de droom dat wist dat de strijd aan gaan hier niet raadzaam was. De kerel leek in te dimmen en ik stond zelfs op om de sinaasappelschillen op te ruimen. Verderop in de droom kom ik hem opeens weer tegen, aan het eind van een straat waar ik in fiets zie ik hem met anderen, en ik wil omkeren. Hij komt niet achter me aanrennen maar roept door de straat iets dat andere personen, die hem blijkbaar kennen, horen en ik word door hen gehinderd. Mijn fiets lijkt steeds meer door modder te trekken, hoe meer ik wil ontvluchten des te vaster kom ik te staan. Terwijl ik probeer te trappen op de pedalen voel ik dat alleen maar angst opgepompt wordt. In een latere episode maak ik ergens in een tempel kennis met een vrouw; rond de tempel is een groot festival aan de gang. We lopen het festivalterrein op en nadat ik drie dingen gezegd heb, zij die drie dingen met bijtende spot als waanzin heeft betiteld, hou ik halt tussen de mensen en zeg haar: tis goed zo, einde ontmoeting. Op dat moment zie ik haar hysterisch tussen de menigte door rennen, krijsend, alle aandacht opeisend en even later komt ze terug met twee beveiligers om mij op te komen halen! Toen werd ik wakker. En redde twee vliegen en een bij voor ik aan de koffie ging. Maar die droom was van een kwaliteit dat ie ook verder de dag een invloed liet voelen. Ik denk ook een echo van een ontvriend-bericht op Facebook waar me werd kwalijk genomen dat ik daar links naar mijn teksten plaats zonder veel bij anderen ( persoon in kwestie ) te komen kijken en nog minder te reageren. Niets doen was al fout doen hier. Ik vond het jammer dat mijn tekst over de universaliteit van ieders innerlijke waarde zo van de buitenkant belaagd moest worden omdat het niet gehoord was.

Wat ik vandaag dacht: die keren dat ik opeens zonder drank en rook was, was dat op enkele dagen na steeds met een vrouw. De eerste keer was dat drie etmalen. De tweede keer was ik alleen en zette het zelf in en binnen drie dagen woonde hier een vrouw die zeven weken blijven zou. Dit roept heel rustig en eenvoudig de innerlijke vraag op: als ik dat met een ander kan, waarom doe ik het dan ook niet voor mezelf? Spijker op zijn kop wat mij betreft. Want als ik denk, wat ik nu doe, aan weer het lossen van alcohol en rookwaar als een enkel gebaar, dan denk ik weer aan haar die met zo weinig levensmiddelen wist te leven en creatief te zijn. Die herinnering kleeft aan het moment dat het me lukte, dat moment is echter onherhaalbaar en dus is deze reminiscentie van generlei waarde nu, toch bespeelt deze me met grote regelmaat sinds haar vertrek, hoe lang geleden alweer?! Dus waar het neer komt nu, als ik abstinentie van alcohol en rookwaar in het oog heb, doe ik het voor mezelf nu of gebruik ik er oude beelden bij? Voor mezelf nu is dit lijf en leven, de oude beelden remmen dit leven. Het vraagt overgave van die oude beelden die me zoveel drinken lieten. Een fles laten staan is niet moeilijk; ik voel geen fysieke afhankelijkheid. Bij mij is het altijd om het geestelijk effect gegaan die de branie van voorbij de gebruikelijke beelden te kijken kende. Vraag is: voegt de alcohol er nog wat aan toe of is het ook ouwe koek voor mij nu? Dat laatste; drankzucht is verbonden aan ouwe koeien uit de sloot. Drankzucht is een denkwijze, een blind geloof dat je zonder gif niet blij, creatief en vindingrijk kunt zijn. Mijn ervaring is dat ik, alleen levend, drinken maanden kan laten maar dan rook ik veel. Beiden stoppen, daar was altijd een vrouw in betrokken. Kan ik dit nu inzetten zonder vrouw? Ja, als ik de notie van de vrouw als apart wezen in de prullenbak donder en herinneringen op dit gebied erken in de biecht die mijn leven is, als een gebed aan de Stilte die een ieder draagt.

Het voelt als rijpe appelen die vallen, de appelen der kennis. Mij is gezegd dat ik geen privacy zou kennen door de openheid van inzage in mijn leven die ik geef maar mij maak je niet wijs dat wat ik beschrijf niet in iedereen leeft. Voor mij is dat hetzelfde, ik noem dat geen privacy. En ik hou zeker zaken voor mijzelf, maar de essentie is mijn bezit niet en de grond van iedereen, die essentie beschrijft ieders en ook mijn leven. Wat is er privé aan? Ik zie het niet.

Dat manuscript van mij, dat besef in ondertussen ook wel, daar snap ik niks van. Dan moet ik structuurdenken en zo denk ik normaal niet. Dat komt niet op gang omdat het niet bij me past denk ik dan. Ik hou van de stroom van waarneming, de stroom die woorden vindt in deze aanraking, in dit geluid en deze dans als benedenbuurvrouw weer absurd hard krijst terwijl ze alleen maar contact met haar kind wil. Zodat ik haar niet hoef te oordelen, kan voelen wat ze niet ziet, gemiste suggestie eventueel eens een volgende keer kan toespelen in het trappenhuis. Dat manuscript is een aantal blogs samenbinden en dan heb je het; zo makkelijk is het. Ik doe het niet. Het interesseert me te weinig? Dat heb ik wel lang beweerd. Maar ik denk dat het wat anders is. Ik moet dan nadenken over mijzelf als de persoon die schrijft, hoe hij dan wel als debuut wil excelleren en dat soort dingen. En zo een circuit wil ik niet in; ik doe ieder moment het beste dat ik kan en ik hou ervan ervan te houden, als het resultaat klein is, daar van te houden. ( Altijd als mijn hart open gaat krijg ik het idee een zachte g te horen en voel ik me spreken als een Vlaams manneke dat het ook niet weet. )

Laatst zei iemand tegen me: publiceren wat je hebt, en dan in De Wereld Draait Door lul je Joost Zwagerman er zo uit. Nou, ik ging er verder niet op in, maar ik dacht het ook niet. Vraag mij waar een plaats ligt en dan zeg ik dat je je eigen troep moet opruimen. Ik weet echt helemaal niks van de wereld en wat ik nog weet blijkt dan altijd weer op een vergissing te berusten. Ik dacht als kind dat ´wielrennen´ rennen met een door stukje voortbewogen wiel was, wat we als hoepelen kennen. Toen ik ontdekte dat het anders zat vond ik taalgebruik onnauwkeurig. Wielrennen zou gewoon raddraaien moeten heten. Of hoepel op.

Ik praat geen taal die zich met alle wijze dames en heren wil meten over de kwesties van bestaan, mijn goedheid, waar ziet ge me voor aan? Spontaniteit wordt gesmoord in vergelijking en de industrie van uitmelking die we overal om ons heen weten; ik wil daar geen deel van zijn door er positie in te kiezen. Wat ik doe staat los van die onzin en als ze het wat vinden zal ik daar wat over kunnen zeggen en als iemand de strijd met me aan gaat en moeilijke namen gaat noemen zeg ik gewoon dat ie mijn boek niet gelezen heeft. Je moet toch wat op zo een moment.

Een blog is veilig, klein publiek, niet zoveel tegenstanders. Met je snuiter op tv is andere koek. Ik zou bukken voor de camera denk ik. Mij niet gezien. En dan vanonder tafel aan Matthijs van Nieuwkerk vragen waar ie nou helemaal zo druk over doet en of we niet meer tijd hebben dan in een lettergreep past.

.

Advertenties

Over Joost Lips

https://bodemlozebeeldentuin.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in proza en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s