Openbaring in de hel

.

Het is alsof het verleden, of beter gezegd, het geheugen, zijn eigen seizoenen kent die bepalen welke romantische avonturen uit het verleden nu en dan de kop in me op steken. Maar bij nader inzien wordt toch steeds weer duidelijk dat er triggers waren, beelden in de dag die de reminiscenties naar specifieke oude geliefden wekten. Wonderlijk hoe ik frank en vrij rond kan lopen en opeens getroffen word door een opwaaiende zomerjurk die nu nog meer van de prachtige ranke slanke gestalte voor me prijsgeeft welke mijn gedachten onvermijdelijk naar twee oude vlammen van me voeren. Of dan gaat daar zo een dame met een spijkerbroek aan die niet geheel strak zit, behalve rond de billen die zo op lieflijke wijze de aandacht van mij wekken en me doen verlangen naar haar met wie ik hier niet zo lang geleden nog samen leefde. Begeerte is heerlijk en opwindend maar in de staart zit altijd een diepe knauw als je het mij vraagt. Daarom wordt er gezegd dat verliefdheid, die de begeerte nogal intens weet te wekken, moet doorgroeien naar Liefde, met een hoofdletter, want van genot alleen komt louter gedonder. Dus ik dacht: een vrouw voor de rest van mijn leven. Dat kon ik wel denken maar geen van hen is gebleven of ik ging. En daar komt nog bij: mannen die in een relatie zitten verlangen vaak naar vrijgezellenbestaan en vrijgezellen zoeken een partner. Tis ook nooit goed. Op je werk aan thuis denken en thuis aan je werk, das ook zoiets.

Boeddha mag dan wel gezegd hebben dat lijden voort komt uit begeerte maar begeerte uitvlakken is zomaar niet gedaan, dat moge duidelijk zijn. En daarbij komt bij mij altijd de vraag op: waarom zou je een zintuiglijke wereld betreden als je daar alleen maar je best gaat doen de zintuigen te doden of overstijgen? Das toch een zinloze move? Boeddha zelf heeft ascetisme wel geprobeerd maar is ook van die dwaling afgekeerd; wat ie daarna allemaal heeft uitgespookt is mij niet bekend. Dat ie een man was die niet iets ( niets wel! ) voetstoots aan nam en alles zelf wilde ondervinden lijkt mij echter buiten kijf, en waarom zou wat voor Boeddha geldt niet voor jou en mij gelden? Daarom is mijn stellige overtuiging dat we af en toe wel iets van elkaar kunnen leren misschien, maar bepalend voor de loop van een mensenleven is toch de reeks blunders die iedere boreling zelf weet af te werken. Ik weet waar ik over spreek, was er bepaald goed in. Nog steeds ja, dat is waar. Mijn toekomst is bezegeld wat dat betreft.

Maar ik vind het niet erg dat het me niet lukt de begeerte te doden. De begeerte de begeerte te doden maakte me pas schizofreen. Begeerte toestaan is zonder dat probleem. En wel zo eerlijk want zeggen dat je trouwen wilt terwijl je alleen maar wilt neuken is wellicht beschaafd maar het liegt dat het barst. Het is echter wel het geval dat ik trouwen wil; ik wil iedere avond met dezelfde vrouw naar bed en nooit meer over een andere hoeven na te denken. Ja, en dan heb je altijd mannen die zeggen dat ze trouw zijn maar in wezen polygaam. Toen mijn laatste vriendin bij me was ingetrokken zei ik het haar nadrukkelijk: ¨de rust is in me weergekeerd, ik hoef op straat niet meer te loeren, ik weet je thuis bij mij¨. Maar ja, zoals dat gaat: aan alles komt een eind. Dat was even lekker dromen maar de werkelijkheid trok zich er weinig van aan. Begeerte stoppen kan ik niet. Kan wel de werking ervan zien en het maakt me feitelijk altijd onrustig. Begeerte is behoeftigheid, een gevoel van gemis, meteen. Niet werkelijkheid maar de begeerte doet pijn. Het volgen van begeerte is het volgen van pijn. De implicatie van dit inzicht is dat ik al mijn controle over de gang van levenszaken verlies. Niet mijn functionaliteit, wel de ingebeelde stuurman van de controlezucht. Controlezucht is van de tijd en probeert te anticiperen; als deze kramp gevallen is loopt alles feitelijk pas gesmeerd!

Ho ho, ja ja, tis waar: alles liep altijd al gesmeerd, zelfs als ik tandwielen en raderen hoorden kraken in die botte egoharses van me, ook dan wist ik met zekerheid dat dit helletje van me weer een vinding van niks was. Maar hé!: het ego dat van zichzelf af wil is als begeren niet te begeren, dus pas op! Begeerte moet je niet doden. Wie zou dat moeten doen? Als je begeerte weet te doden heb je waarschijnlijk jezelf van kant gemaakt. Begeerte is mooi, maar je moet er wel mee om weten te gaan, dat zou handig zijn. Maar hoe leer je ermee om te gaan als je op een kussentje dertig jaar lang naar een muurtje staart? Volgens mij kan je dan beter in de prostitutie gaan werken, is het niet? Wat onderzoeken we nou? Begeerte. Nou, die muur is niet zo begerig lijkt me dus hup, weg van dat kussen en breng je vlees en bloed maar eens midden in de zelfkant van het bestaan kaalkop! Nou, dat heb ik me niet laten misverstaan negen levens terug, toen ik een guru had en bonje met hem begon te maken. Hij vond het niet leuk maar toch wel want hij deed lekker mee. Maar kom zeg, je denkt toch niet dat ik in reïncarnatie geloof? Das een verdachte theorie! Altijd als iemand zich een vorig leven herinnert was ie prins, koning of guru, nooit een havenarbeider of iemand die in de goot lag. Das verdacht toch? Bovendien zegt een spreekwoord dat ik geen ouwe koeien uit de sloot mag halen; het scheppingsprincipe wel dan? Ga een eindje verder je onzin verkopen, wil je? Das voorbestemd, doe nou maar.

In het toestaan van de begeerte heb ik alle wetten van bestaan aan mijn kont geveegd en zelf gezien wat de diepte van die hel is. Nou, ik kan je zeggen dat het héél diep is als je erin zit, en het is buitengemeen oppervlakkig als je er eenmaal doorheen weet te kijken. Ik was op de wereld gekomen, net als iedereen, om feest te vieren; wist ik veel dat er overal oorlog was? Het drong langzaam tot me door dat mijn feestje eigenlijk eens eerder het feestje van mijn ouders was geweest waar ik ongevraagd de gevolgen van mocht dragen. Nu was het de kwestie of ik dit feit in afweer of dankbaarheid aan nam; ik vond die laatste keuze meest sympathiek. Eer uw vader en uw moeder want zo niet dan je ben je zelf de zeikerd die je in een ander wenst te bestrijden. Ja, we weten elkaar goed bezig te houden in dit ondermaanse.

O ja, de hel, daar waren we gebleven. Voor je het weet ben je eruit en das niet handig voor mijn onderzoek. Als ik in de hel zat dan stond mijn huis niet in brand, dan werd ik door niemand beschoten, dan lag ik in geen martelkamer, nee, dan dacht ik wat. Echt waar, ik dacht alleen maar wat! Ja, en als je zo een gedachte goed volhoudt kun je al snel van een depressie spreken. Maar dat deed ik niet. Ik zei: ik ben niet depressief, ik onderzoek alleen de hel maar en laat mij nou maar gewoon mijn werk doen. Dus dat heb ik gedaan, zonder die lastpak, hij was de eerste die ik uit mijn hel verwijderde. Schoon schip moet ergens beginnen. Maar er kwam een kraak in deze visie. Ik werd wel mooi in de hel toegelaten en ik zag opeens hoe ongepast het van me was dan te klagen over morele codes die er heersten. Ik zocht ze zelf op en dan klagen?

Punt was natuurlijk, wellicht zelfs overbodig hier nog te benoemen, dat de hel niet bestaat. De hel bestaat wel degelijk maar alleen mentaal; in werkelijkheid speelt zich zelden iets hels af maar ons geheugen maakt het het belangrijkste. Doet me denken aan de man die eens zei: ¨Ik heb een verschrikkelijk leven achter de rug, maar gelukkig is het meeste niet uitgekomen¨. Deze man leefde van angst en tijd, begeerte leeft van verlangen en tijd; begeerte en angst zijn voor alle levensdagen al getrouwd. Als jij nodig bent voor mijn geluk zal ik je eerst willen behagen en als mijn plannetje niet werkt ga je naar de haaien! Allemaal mentaal; nergens anders is een hel te vinden.

Misschien zijn er mensen die dit herkennen: juist als ik me flink te buiten ben gegaan aan de opties van mijn begeerten, en moe ervan, zie ik opeens wat evident is: de realiteit die bestaat als ik er niks aan doe of manipuleer. Juist in die gevloerde toestand van de junk kan het inzicht doorbreken dat de hele kermis gratis en voor niks is en dat zelfdestructie, weliswaar reactie van vele gevoelige, intelligente en artistieke lieden, niet de maker is van de kunst, er is een Grotere Baas en die heet Integriteit, zonder hiërarchie en altijd eerlijk. Die kun je dienen zonder ooit een altaar gezien te hebben. Tis het wonder achter je ogen: het vermogen zien zelf is het grootste wonder. Het betekent bestaan en alles dat ik ervan weet is minder dan dit Wonder. Ook in de hel.

Omdat de hel louter mentaal is is de hemel dat ook. Al de non-dualistische noties die dagelijks op social media worden gedeeld zijn vaak interessant maar het wordt een grabbelbak als iedereen maar in het wilde weg citeert. Zo een Facebookforum zou wat mij betreft optimaal werken als citaten verboden zijn tenzij het aan de persoon zelf gerelateerd is en de relatie ook beschreven en erkend wordt. Dan kan het een levend lichaam zijn.

Dus ik hou niks over. Ik heb mijn doelen niet bereikt en zeg ja. Mijn doelen waren sowieso onmogelijk: een vrouw voor de rest van mijn bestaan en geestelijke verlichting. Die twee zijn niet te combineren volgens mijn geconditioneerde noties, stramienen en andere ook gevallen weetjes in dit brein. Ik kan trouwen en trouw zijn en toch zal iedere andere interactie met een ander zijn, waarbij mijn vrouw en trouw niet bestaat. En geestelijke verlichting is alleen van belang als je met sufferds te maken hebt, dus dat begrip zal ook nooit werken.

Begeerte, als je het mij vraagt, is het zaad van deze hele kermis, met een eicel erbij, zeker, ik wil de feministen niet op mijn dak hebben. Maar dat werd pas begrepen toen de mens al getekend was. Voordat de zelfreflectie bestond was alles precies zichzelf. Ik moet er nog vaak aan denken. Ze zeggen dat je er niet bij kan maar ik kan er altijd bij. Wat is dat voor een flauwekul dat het realiseren van de waarheid moeilijk is? Wat is er moeilijk aan vrede als je oorlog haat? Tis gewoon een klein beetje dom de meeste mensen te geloven. De meeste geloven wat ze geleerd is als waren ze gedreven door drijvers wiens goedkeuring ze wilden verwerven. De meest onafhankelijke mens heeft nog een bereik met zijn unieke staat naar anderen toe zonder welke hij niet kon bestaan. Wie dit ziet laat alle imago´s vallen en viert voortaan leven zelf. Er bestaat geen schuld, geen hel. En dan komt de begeerte naar haar toch weer op, zie ik de boosheid die ermee gepaard gaat, en dit ziende, kan ik haar verlossen van mijn boosheid, en zo met iedereen, zodat ik langzaam maar gestaag bevrijd word van de gevangenis die ik reactief om me heb opgetrokken.

Eerst begeerde ik en toen kreeg ik er last van. Ik ging de last bestuderen en vond de gedachte die erbij hoorde. Mijn weg was al onbegonnen zag ik, want hier viel niets te winnen dan het wonder dat al was, maar toch wilde ik antwoorden geven op vragen die ik om mij heen hoorde. Dat heeft mij tot schrijver gemaakt. In een andere tijd. De geest is een soort reisbureau; ik zie geen tijd, boek niet in en ben overal waar de gedachte maar gaat. Hoe kan hier iets mis zijn? Hier is niets mis. Een gedachte die, mits doorvoeld, je niet gedienstig is laat je gewoon vallen los van wat wie dan ook daarover ook denken kan. Hiermede heb je de vrijheid al gerealiseerd voordat er ooit een weg naar verlichting verzonnen was.

.

Advertenties

Over Joost Lips

https://bodemlozebeeldentuin.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in non-dualisme, proza, verslaving en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s