Loops

 

.

Het wandelen, het knisperen van steentjes onder de zolen, de late en vaak nutteloze gedachten die de nacht in dwarrelen, de zwoele nacht vol verhitte stemmen die van terrasjes klinken, ver gedragen door de windstille straten en stegen verlicht door lantaarns en neonreclames, sferen die reminiscenties wekken, het zwangere verwachten van de jeugd en de hoop, de relativering in het besef dat geluk niet aan de buitenkant bereikt kan worden waarmee ik zie dat dromen op staan om te vallen, met iedere stap het een of het ander, zo vluchtig de tijd die bedacht is, ervaren zelf onnavolgbaar, ieder constateren een schaduw, een late indruk van bestaan, een weten per direct onwaar, wat me door doet lopen, als maar door, op weg naar nergens dan waar ik dit al droom en mijn stappen in tijdruimtelijke suggesties steeds weer voortgaan naar hun einde, die geen speciale betekenis meer krijgen en het verliezen van actuele knarsende grond onder voeten als ik een jong stel zie op een bankje, ze zie liefkozen, me dat geluk droom en tegelijk de pijn van afscheid er al in voel, het pijnlijk verlangen, als ik linksom ga en ook rechtsaf, op weg naar niets dan de volgende bocht, van stadscentrum langzaam naar buitenwijk, meer groen en rust zodat meer verborgen en perifere ideeën los kunnen komen, in het monotone stappen van geen doel, waar geen onderscheid wordt gemaakt tussen helse en hemelse machten of verderfelijke dan wel heilige gedachten, beseffend dat ik zonder beide kan loop ik hier alleen maar te versterven aan alles dat ik dacht te weten, ziende dat iets al snel weer niks is na het verschijnen, dat ik hier in feite in elkaar loop te storten, dat voor wat ik zie de taal te klein is en de wens het te verwoorden een ernstig aandoening is, dat ik een wonder ben en een enorme sufferd tegelijk, dat al die overwegingen recht hebben op een stevige wandeling om ze eens flink uit te putten en te zien waar nu precies de strijd wordt gevoerd, waar energie verloren gaat en waar het juist gewonnen wordt, want de wandelaar weet dat de wandeling zijn weten slijten zal tot in de bron, steeds weer, aanwezig in iedere stap alleen maar dit, de afbraak van inbeelding, het einde van bereik, het verlies van diegene die uit zoeken ging, klaar, over en uit.

.

 

Advertenties

Over Joost Lips

https://bodemlozebeeldentuin.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in poëzie, proza en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s