Laatste wijn bij volle maan

.

Pats, opeens wist ik het. Ik had wat geld gehaald bij de automaat op het Houtplein, de flappen in mijn beurs gestopt en terwijl ik me omdraaide om weer op de fiets te stappen was het me opeens bekend. De titel voor het manuscript die meteen heel bondig het thema van het te componeren verhaal weergeeft. Zit je dan maanden op te broeden en plotseling openbaart het zich. De titel houd ik voorlopig voor mezelf. Vele stukken op mijn weblogs kunnen het avontuur eenvoudig ingeschoven worden, liggen panklaar. Tis een geschenk deze dagen waarin uitzichtloosheid me nogal eens parten speelt. Iets om voor te gaan; geeft weer perspectief. Ik hikte er maar jaren tegen aan maar ermee beginnen deed ik niet. En nu ligt er opeens een duidelijke structuur voor mijn geestesoog; hoef het alleen nog maar uit te schrijven en reeds bestaande stukken te redigeren.

De volle maan hangt rechtsachter me boven de kruinen van twee bomen in de steeds donker wordende blauwe lucht. Ervaar er rust bij, gesteund door het idee dat ik morgen naar de zelfhulpclub van voormalige grootgebruikers van alcohol ga. Ik red het deze keer echt niet alleen om te stoppen. Kwam toch ook nu weer, goede voornemens ten spijt, met wijn en peuken thuis. Kan wel wat steun gebruiken; mensen die de ziekte alcoholisme zelf niet kennen hebben vaak meer moeite er begrip voor op te brengen. Toen ik jaren geleden eens bij de AA kwam hoorde ik vele verhalen over uiteengevallen families en vriendenkringen; ik kan er nu flink over meepraten. Vermoed dat vooral mensen met een kwade dronk zo een vereniging opzoeken, gelijk ook ik steeds weer bemerk dat alcohol mij in communicatie alsmaar ongenuanceerder en geprikkelder maakt. Er steekt een ongeduld en eigenwijsheid in me op waar niemand op zit te wachten; als ik dan word afgestopt doe ik er vaak nog een schepje bovenop. Mensen zijn dat natuurlijk een keer zat. En het zelfrespect dendert naar beneden, dat ook.

Tis een vreemde ziekte, want de drinker doet zichzelf de symptomen aan. Om tijdelijk een pijn te verdoven die er na teveel glazen vaak alsnog op schreeuwerige wijze uit komt. De pijn van een verbroken relatie lijkt een historische lading te hebben, alle verbroken relaties worden weer actueel gevoeld. Terwijl alcoholgebruik hierin een negatieve rol heeft gespeeld wordt het toch weer aangewend om de pijn wat te doven. Wat tijdelijk lukt, op de langere duur wordt de pijn vergroot. Dat is me al heel wat jaren bekend maar steeds ben ik er weer in gestonken. Terwijl de perioden zonder drank, de laatste twee keer ook zonder rookwaar, kwalitatief van veel hoger niveau waren. Ik voelde me fit, was creatief op meerdere vlakken, pakte meteen de dingen aan die moesten gebeuren. Die kwaliteit wil ik herwinnen. Deze hel ken ik nou wel.

Maak bepaald geen reclame voor mezelf, dat besef ik, maar ik denk dat het toch belangrijk is dit alles open te erkennen. De gêne die ik er ook bij voel is eenvoudig een feit waar ik niet omheen wil breien; tis ook symptoom van de drankzucht hoe stoer de drinker met drank op ook kan spreken. Zonder de volledige ellende van het drankgebruik te erkennen zal de kans op terugval veel groter zijn, zal de fles in geheime hoeken en de diepe krochten van de latente ziekte loeren en wachten op een kans mij alsnog te verleiden. Een wekelijks bezoek aan de Buitenveldertgroep te Haarlem zal ook helpen die kans te verkleinen. Je hoort elkaars verhalen, kan zelf je ei kwijt en er worden waarschijnlijk ook telefoonnummers uitgewisseld zodat je eens iemand kan bellen als het droog staan even zwaar valt. Heb ik in een klap mijn sociaal bestaan uitgebreid; das zeker niet verkeerd. Tijdens vorige perioden abstinentie meed ik geen sociale gelegenheden waar alcohol geschonken werd; voel dat dit nu wel verstandig is gedurende een aantal weken. Even stevig op mijn nuchtere benen komen te staan alvorens deze situaties weer zorgeloos aan te durven gaan.

Toen ik vanmorgen in bed naar de prachtig sprekende Jezuïet Anthony de Mello luisterde, hoorde ik hem spreken over het gewaarzijn van gedachten dat niet aan gedachten vast zit en ze niet hoeft te gehoorzamen. Hierbij viel me in dat dit, gelijk het zelfonderzoek dat Nisargadatta Maharaj aanbeveelt, tevens de juiste benadering is van welke urge tot slijterbezoek dan ook. Als je zo een gedachte aan drank niet bij de wortel tackelt groeit die gedachte en neemt de kans op terugval toe. Bij de Jellinek hoorde ik dat zo een aanval van drankzucht op zijn langst 20 minuten aanhoudt; als ik gedurende die 20 minuten dit zelfonderzoek toepas en een alternatieve activiteit als wandelen bijvoorbeeld benut, dan is er geen reden tot zorg. Het komt hierin vanzelfsprekend wel op een goede motivatie aan, maar die is er, daarover geen twijfel.

Het fysieke ontgiften van alcohol vraagt volgens mij een dag of drie maar niet-roken kan wel een week lang griepachtige verschijnselen opleveren. De neiging om dit op bed uit te zieken is dan groot; ik slaap dan makkelijk en zo word ik grotendeels ongemerkt schoner. Maar ik heb al zo weinig uitgevoerd de laatste tijd en flinke fietstochten doen ook wonderen. Buiten zijn is sowieso verstandig; genieten van mensen en natuur om mij heen. Inspiratie op doen in plaats van die egocentrische vicieuze gedachten tussen vier muren af blijven draaien. Ook de museumkaart weer regelmatig gaan benutten. Ja, ik hoor ook wel dat ik in herhalingen val en weer de toekomende tijd benoem maar dit repetitief formuleren is nu gewoon even van belang om de koers voor me goed in het oog te hebben en houden.

Ik ga naar de Buitenveldertgroep en tegelijk voel ik meer dan ooit dat ik het alleen moet doen. Waarmee ik bedoel dat het sociaal netwerk waar een niet-drinker over het algemeen over beschikt, bij de zware drinker enorm verkleind is door de jaren heen. Als ik met drank steun vraag aan iemand en dat blijft even uit dan word ik al snel korrelig; hierin steekt een afhankelijkheid naar die ander toe die bovendien op mijn commando klaar moet staan. Zonder drank doorsta ik die momenten prima en kan ik feitelijk heel goed alleen zijn. Met een blijheid die ook weer mensen aantrekt. Das gewoon een veel leuker leven.

De verhouding tussen op jezelf staan en sociaal leven is voor mij zeer essentieel nu, omdat ik vaak terugval in drank na een verbroken intieme relatie. Waarom val ik om als iemand vertrekt; kan toch gewoon blijven staan? Het betekent voor mij dat ik op die ander ben gaan leunen; me afhankelijk heb gemaakt. Dat lijkt dan wellicht liefde maar tis toch echt wat anders. Voor een relatie loop ik rechtop, dan komt er een vrouw en verlies ik langzaam mijn autonomie en ga aan haar hangen omdat zij iets heeft dat ik niet heb en wel graag bij me wil houden. Maar dan vertrekt ze toch en val ik om met mijn hoofd op de drempel van de slijterij. Zo is het altijd weer gegaan. Dus het komt er op aan sociale relaties voortaan aan te gaan in alle vrijheid zonder daar rechten voor een volgend moment aan te ontlenen. Dan blijft autonomie en vrijheid intact en hoeven geen cynische rancuneuze tendensen ooit meer de kop op te steken. Voorkomen is beter dan genezen.

Mijn laatste vriendin zei dat ik dingen zo goed zag. Ik zei dan: als je dat kan beoordelen zie je het zelf ook. Maar het werkelijke punt van belang was natuurlijk of ik kon in de praktijk kon tonen wat ik zei te zien. En daar faalde ik. Sprekende over non-attachment raakte ik steeds meer aan haar verknocht. Dus ik voelde me wat aangedaan toen ze vertrok. Ik kon haar vrijheid niet meer velen. Ik had een dogma lopen waarvan ik vond dat zij eraan moest voldoen: je mag pas vertrekken als ik het begrijp. Maar dat liep dus wel eventjes anders en toen gingen in mij alle bellen die er maar aanwezig waren rinkelen en werd het in ene keer een groot kabaal. Dat ik vervolgens van mijn ivoren toren blies.

Niemand heeft een goede reden nodig om bij een ander weg te gaan; zou het niet zo simpel zijn? Anthony de Mello zegt dat niemand je op de kast kan jagen want iedereen is vrij om te bewegen en te zeggen en te doen wat ie wil, hoe onredelijk het ook mag lijken. De Mello noemt mijn eigen geloof dat iemand zich op een bepaalde manier moet gedragen het enige probleem. Byron Katie suggereert hetzelfde als ze zegt: ─ Je vrouw mag vertrekken. Waarom? Ze is vertrokken ─. De werkelijkheid bevat geen vergissing, alleen mijn reactie kan in de war zijn door een strijd met de feiten aan te gaan.

Byron Katie heeft de vraag gesteld: ¨Ik heb je liefde nodig. Is dat waar?¨ Nou, zo voelde het wel toen ze vertrokken was. Anthony de Mello hoorde ik op dit onderwerp zeggen dat niemand van je hoeft te houden maar dat je niet leeft als je niet van alles en iedereen houdt. Zodra er een eis naar de ander uitgaat ben je van oorspronkelijke liefde in een afhankelijkheidsrelatie geschoten en kun je de scheidingspapieren vast opmaken. Dus autonomie betekent hier niet dat je schijt aan iedereen hebt maar wel dat je niemand iets ook maar oplegt omdat je die ander nodig zou hebben voor je eigen geluk.

Hé, waar is de maan gebleven? Mijn geheugen situeert de maan nu elders voor mijn geestesoog maar in werkelijkheid is ie verdwenen. Het leven is totaal subjectief. Herinner me dat ik als kind in bed lag, naar de maan keek, en opeens was ie weg! Ik schrok me wezenloos, struinde de trap af naar beneden waar mijn ouders zaten en mijn moeder met een lieve lach en knuffel uitlegde dat er gewoon een wolk voor was gekomen. Had ik dat zelf niet kunnen bedenken? Ik was gerustgesteld en ging weer lekker pitten.

Spijt, das een belangrijk onderwerp. Als ik het niet voel maar ook als ik erin zwelg hou ik mezelf voor de gek. De Mello geeft aan dat niemand schuldig is maar dat blind geloof in onware gedachten patronen in stand houdt die onpersoonlijk zijn. En ook te doorzien. Wat me doet denken aan Jezus die zonden vergeeft en erbij zegt: gewoon niet meer doen. Moet je wel even doorhebben wat precies de vergissing is zodat je deze, voor je er op acteren zal, meteen snoeit zodra deze opkomt. Spijt is hierin de pijn om wat je aan rotzooi gecreëerd hebt; geleerd wordt diezelfde fout niet meer te maken. Zodat je andere fouten kan maken en vervolgens steeds weer sneller leert dan van de fout ervoor. Van middelijk, door pijn en spijt, naar onmiddellijk.

Ramesh Balsekaar zei het heel eenvoudig op een moment: het codewoord van de bevrijde mens is: acceptatie. En dan niet over drie weken of 53 jaar maar steeds onmiddellijk. Het klinkt prima, wordt graag geciteerd, maar wie kan het? In feite kun je alleen diegene die iets weigert doorzien; acceptatie is niet een object waar je naar kunt grijpen. Het vuur van de persoon moet zijn weg hebben; het doet pijn om op te branden. Acceptatie is wel de snelste weg door pijn, altijd. Pijn vermijden is pijn uitbreiden.

In het manuscript zal menig alco-avontuur beschreven zijn, niet om het te verheerlijken en ook niet om ertegen te zijn. Ieder mens heeft zelf te beoordelen wat hem of haar nu al dan niet past; mijn oordeel over anderen is wellicht nog wel mijn meest diep gewortelde verslaving. Zal in het manuscript dit feit ook niet vermijden, dus het junkbestaan zal zeker niet romantisch toeschijnen. Het leven is lijden, zei de Boeddha en dan bedoelde ie alle momenten dat er van lijden sprake is, als we ons als afgescheiden persoon beleven. En ook weet ik: als ik al mijn bemoeienis met de ander op geef en tot mijzelf geraak ten diepste, dan ligt de wereld open zonder dat er van jacht of eisen nog sprake is. Hier wil ik wonen, dit is mijn wens.

.

 

 

 

 

Advertenties

Over Joost Lips

https://bodemlozebeeldentuin.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in proza en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s