Verlichting en het ‘ik’.

.

Ja hoor, de tweede 15 meter slangverlichting is vandaag aangeschaft en het plafond ondertussen door weet ik hoeveel lampjes omsingeld. Zachtmoedig en behaaglijk licht verspreidt zich mooi; overal is goed zicht en nergens doen de ogen pijn. Mooi alternatief voor de oude vertrouwde gloeilamp. Aan beide zijden worden de tegenovergestelde lichtslierten in de ramen gereflecteerd, ook deze spiegelingen komen nog eens beiderzijds terug nogmaals extra ruimte suggererend; tis een fraai effect. Mijn materiële wensen zijn voorlopig weer vervuld.

Verlichting en het 'ik'.

.

Enige tijd terug is mij gevraagd mijn inzicht in non-dualistisme en de menselijke natuur op te schrijven. Sindsdien zijn er een aantal weblogberichten verschenen die aan het onderwerp raken. Maar meen niet dat ik mij een expert acht; mijn verlichting hangt onder het plafond en ik ben maar een heel gewone jongen die hier en daar wat inzichten heeft vergaard. En inzicht kan ons bevrijden van bepaalde beperkte noties maar is nog geenszins verlicht en vrij leven. Wie steeds het mentale moet raadplegen om te begrijpen is gewoon nog aan het zoeken; dus ik doe geen aanspraken op basis van wat ik uit.

Er is een aspect dat ik nog onvoldoende belicht heb naar mijn gevoel. Binnen het non-dualisme staat de vraag “wie ben ik?” centraal als onderzoeksinstrument. De vraag is van belang omdat alle antwoorden die erop volgen niet het ware ik kunnen zijn, want de antwoorden duren enkele tellen terwijl mijn aanwezigheid ook daarvoor en daarna is. De onderzoeksvraag veegt als het ware alle misconcepties weg tot stilte rest. Ik heb hier vaker over gesproken maar wil nu ingaan op de vraag ‘wat is ‘ik’?’

Anders dan de vraag ‘wie ben ik?’ reikt de vraag ‘wat is ‘ik’?’ naar diegene die zich gebonden acht en naar bevrijding zoekt. De vraag ‘wie ben ik?’ veegt iedere aanname meteen van tafel; de vraag ‘wat is ‘ik’?’ is minder radicaal en heeft oog voor de hardnekkige illusie dat er een centrum van ervaren bestaat. Die illusie kan nader bekeken worden. Wat is het ‘ik’ waar ik middels opvoeding en gewoonte de suggestie van realiteit aan ben gaan verlenen?

Een baby heeft geen ik. Een baby die lang jankt kun je vragen of het niet eens wat rustiger kan maar dat is zinloos; er is geen matrix in het jonge wezen aanwezig dat hierop responderen kan. De baby doet maar wat onder invloed van omstandigheden waar het niet van afgescheiden is en het heeft er geen zelfreflectie over. Voor zichzelf is het nog niet geboren. Als het taal leert spreekt het zichzelf als de naam aan; het duurt even voor het door heeft dat verwacht wordt dat die naam wordt ingenomen als aparte identiteit. “That’s when the shit hits the fan”, zei Tony Parsons over dat moment. Het ‘ik’ mag een illusie zijn, zolang het geloofd wordt is het geloof van dat ingebeelde ‘ik’ verantwoordelijk voor allerhande rampspoeden.

Een baby die we niet opvoeden ( met mensen in aanraking laten komen ) creëert geen ‘ik’. De wolfskinderen Romulus en Remus zijn daar een voorbeeld van. Maar ook demente bejaarden en mensen die een herseninfarct beleven kunnen meemaken dat er van de ‘ik’-structuur, die eens als zo eigen werd gevoeld, niet veel of zelfs niets over is. In het laatste geval beleven ze zelfs dat niet. Het ‘ik’ is een constructie. En een wereld door enig ‘ik’ beleefd is dat ook.

Oké, nu kom ik tot het laatste punt van overweging. Er zijn volksstammen die de clausule van een ‘ik’ als gevangenis ervaren en tot oplossing van de kwestie willen komen. Religie voorziet in oplossingen, van blind geloof tot op eigen gezag gebaseerd zelfonderzoek. Maar er doet zich in beide gevallen iets vreemds voor. Het ‘ik’ dat aan de gang gaat om verlicht te worden bevestigt geen verlichting maar het ‘ik’ dat helemaal niks kan en steeds louter een suggestie van seconden in het brein is. Dus iedere weg die aan het ‘ik’ wordt geoffreerd om bevrijding te vinden zet de hakken alleen maar dieper in het narcistische zand dat controle over de kwestie suggereert. Verlichting is het doorzien van de ‘ik’-gedachte als slechts een verschijnsel in dat wat onnoembaar en altijd groter dan het noembare is. Hoe zou dat een ‘ik’, als die gedachte van drie seconden maar een weg van jaren volgt, beloofd kunnen worden?

Ik ontken niet dat er mensen zijn of zijn geweest die algehele vrijheid van concepten stabiel hebben gerealiseerd maar bevestigen zal ik het ook niet. Het punt is dat alles dat hierover bekend is geworden noodzakelijkerwijs conceptueel is en door ‘ik’ wordt gehanteerd, aldus qua diepzinnigheid alleen maar egocentrische groeven uitgraaft om eerder arrogantie dan vrede te sorteren. Er is maar een manier om iets te ten volle te beseffen en dat is door alle concepten van het ‘ik’, ook die van de te behalen ‘verlichting’, volstrekt in twijfel te trekken keer op keer. Wie de werkelijkheid zoekt kan niet verliezen want werkelijkheid is al het geval; wie zichzelf zoekt is eenvoudig knettergek.

.

Advertenties

Over Joost Lips

https://bodemlozebeeldentuin.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in fotografie, non-dualisme, proza en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s