Open deuren

.

Er waart een griepvirus rond in dit lijf. Vroeg in de ochtend werd ik al wakker met een gevoel alsof ik met m’n neus zojuist in een bak talkpoeder gesnoven had, zo perkamentachtig en droog voelde het binnenwerk. Steeds korte slaapjes waarbij ik geregeld de hersenen voelde kraken. Tijdens een van die episodes was er een machtig mooie droom. Ik begaf me in een ondergronds blauwverlicht meer waar ook dolfijnen zwommen. Ze zwommen daar niet zomaar maar deden hun vriendelijke best contact met mij te maken toen ik na een duik in het water de bodem had bereikt. We waren oog in oog en een van hen vleide zich traag zwemmend langs me; het was een waar feest van hartelijkheid. En toen opeens, zoals dat kan gaan in dromen, stond ik bij de uitgang van deze grot en zag ik allemaal duiven op een rij staan. Vreemd genoeg kwam er opeens agressie in me op; ik vond dat de duiven weg moesten. Terwijl ik ze aan het verjagen was werden het lieve jonge tijgertjes en staakte ik mijn laakbaar gedrag. Hier ontwaakte ik en luisterde vervolgens naar de iets verklarende geluiden van de duiven op het hek van mijn balkon.

Voelde me futloos toen ik opstond om een afspraak na te gaan komen. Er stond een lange wandeling op het programma maar mijn geslof in de woonruimte wees zeker niet in die richting. Voelde me erg wankel. Was dit wel een goed plan onder deze condities? Ik keek uit het raam en zag het flink plenzen. Besloot toen de afspraak te cancelen en ging weer naar bed. Wederom hazenslaapjes en knetterende hersenen. Dit heet dan wel ziek zijn maar ik kan er vaak erg van genieten uitgeschakeld te zijn. Een alibi voor luiheid en wat anders onverantwoord gedrag zou heten. Maar dit plezier werd wel minder toen ik om 14.00 uur eindelijk op stond en merkte dat mijn lijf me bij ieder idee hetzelfde inseinde: geen zin in, geen zin in en geen zin in. Met mijn koortsige brein had ik steeds als ik kort wakker was notities gemaakt in een kladschrift; daar zou ik vandaag dan een complete tekst uit toveren. Maar ook al zat ik al twee en een half uur voor het toetsenbord gereed, het signaal van dit lijf bleef vasthoudend: niet aan beginnen! Op een gegeven moment besloten tot wat beweging, mij goed ingepakt, groenten en melk gehaald, rijke soep bereid en na een kom met sterke sambal erbij leek er dan eindelijk wat pit in mijn donder gekomen te zijn en werd de eerste zin geschreven.

De aantekeningen in het kladschrift zijn echo’s van een gesprek dat ik gisterenavond voerde met een goede vriendin. Het gesprek handelde over het zoeken naar verlichting en wat daar merkwaardig aan is. Als ik mijn sleutels kwijt ben dan kan ik deze gaan zoeken, want ik weet hoe ze eruit zien. Maar hoe zit dat met verlichting? Hoe zoek je verlichting als je niet weet wat het is? Als je het wel weet hoef je immers niet te zoeken, want verlichting is altijd al hier. Dus als je verlichting zoekt vraag ik: hoe ga je verlichting herkennen, wat zijn de eigenschappen? En dan gebeurt er iets opmerkelijks. Zodra je hier antwoord op geeft gebruik je woorden die de oorspronkelijke eenheid alleen maar verdelen kunnen. Een voorbeeld kan dit verduidelijken. Als je zegt dat verlichting zich kenbaar maakt door een gevoel van vreugde bijvoorbeeld dan zal het kritische brein ieder moment dat onlustgevoelens toont afweren als onverlicht, een mislukt moment. Dit werkt verdelend. In feite werkt iedere notie die verlichting kenmerken toeschrijft verdelend. Om die reden behouden veel leraren zich ertoe te benoemen wat verlichting niet is.

Verlichting wordt vaak voorgesteld als een alternatieve staat van zijn die slechts door weinigen gerealiseerd kan worden. Deze voorstelling van zaken is fnuikend voor de actuele realisatie van je ware natuur. Volgens mij worden her en der zaken onnodig moeilijk voorgesteld en hoef je echt niet ‘verlicht’ te zijn om die vergissingen bloot te kunnen leggen. In het gesprek gisterenavond was dit het belangrijkste thema: realisatie kan nooit morgen plaats vinden, realisatie kan alleen maar nu het geval zijn. Laat ik mijn zienswijze nog eenmaal samen vatten.

Verlichting zouden we kunnen definiëren als het einde van illusie, begoocheling en bijziendheid, opdat het Ware rest. Iets is waar als het altijd en overal voor iedereen geldt. Als ik zeg dat ik niet zonder tabak kan dan is dat niet waar; als ik slaap rook ik niet bijvoorbeeld. Maar stel ik dat de mens zonder zuurstof niet kan leven dan heb ik een uitspraak gedaan die niet nooit ergens door iemand tegengesproken kan worden. Ik trek nu mijn zevenmijlslaarzen aan en doe meteen een reuzensprong: verlichting is wat altijd en overal voor iedereen geldt. Dit kan dus al nooit een gedachte zijn, want mensen denken verschillend en bovendien niet continu. Binnen Advaita Vedanta wordt Bewustzijn genoemd als dat wat in iedere ervaring aanwezig is; als je dit wilt tegenspreken moet je al bewust zijn dus dat gaat niet geloofwaardig worden.

Bewustzijn kun je niet bereiken, omdat diegene die ‘op weg’ gaat het al is. De weg erheen is feitelijk de weg ervan af, ware het niet dat ook in illusie bewustzijn de voorwaarde is. Deze lus naar wat altijd al het geval is maakt een spirituele industrie mogelijk waar heel veel geld in rond gaat en menig leraar leerlingen zo lang mogelijk aan zich bindt met alle inkomsten van dien. Mijn inzet is deze zaak om te keren en de werkelijkheid ofwel verlichting los te maken van deze industrie, opdat het weer herkend mag worden door iedereen, altijd en in alle omstandigheden, ook al heb je geen cent op zak. Ik wil aantonen dat de kwestie veel eenvoudiger is dan menigmaal wordt voorgesteld.

Bewustzijn ben je al. Iedereen is hier en nu de bron van alle manifestaties want als je er niet bent is er ook geen wereld of Godsgeloof mogelijk. Het Al is niet een hele wereld in mijn brein en herinnering, nee, Al wat is is wat nu het geval is. Iedere gedachte die meer suggereert duurt slechts enkele seconden en men hoeft niets te doen om een vergissing weg te werken: deze gaat vanzelf als deze herkend is. Het vechten tegen het ‘ego’ dat populair is, berust mijn inziens dan ook op een blunder. Ten eerste heb ik nooit een ego gezien. Ik zie gedachten van drie seconden opkomen en vallen, das alles. Het ik is dan ook geen entiteit maar een activiteit die altijd waarneembaar, tijdelijk en nooit geloofwaardig is: iets dat drie seconden duurt kan geen werkelijkheid toegedicht worden. Dat ik is helemaal niet nodig en geheel afwezig als je plotseling voor een auto moet uitwijken of ander gevaar je volstrekte alertheid wekt. Het ingebeelde ik eigent zich doenerschap achteraf op, maar in werkelijkheid handelde de ware natuur hier.

Er is handelen en er is het toe-eigenen van een handeling; dit laatste is, steeds onmiddelijk zichtbaar, de verstoring van de originele onverdeelde vrede. Ook het ik dat verlichting nastreeft en meent dat ie steeds ‘leger’ wordt is gewoon een sprookje; verlichting is geen leeg ik maar de afwezigheid van een ik dat al dan niet verlicht zou zijn. Wie verlichting niet meer in de toekomst plaatst wordt als een kind, verliest de notie van goed en kwaad omdat bewustzijn niets afkeurt en nergens niet is. In plaats van het streven naar zuiverheid zal er de viering van het heden in alle manifeste vormen opstaan. Donkere humeurtjes en oude gewoonten worden niet langer opgevat als teken van niet-verlicht zijn nu alles de ruimte krijgt in het licht te komen. En er bestaat geen zorg over een te bereiken toestand, net zo min als een kind hard zijn best doet om op te groeien en volwassenheid te bereiken; het gaat vanzelf en in vertrouwen. Dit vertrouwen is ingebed in de notie dat bewustzijn aan alles vooraf gaat en eventuele versluiering van de werkelijkheid doorziet als een huidige activiteit die niets zegt over mijn ware natuur. Niets kan de ware natuur beschrijven want je gaat altijd al aan iedere beschrijving vooraf. Verlichting is al het geval; momenten van stress en conflict tonen actueel waar je nog geloof in afgespleten delen aanhangt en wekken je hiernaar te kijken. Deze herkenning maakt zoeken overbodig en is genoeg om, wat zich ook aan dient, valse suggesties onmiddelijk te doorzien en in vrijheid te verblijven. Zo is er niets dat geen open deur is.

.

Advertenties

Over Joost Lips

https://bodemlozebeeldentuin.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in non-dualisme, proza. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s