Uitstapje

.

Ik was vanmorgen bijzonder op tijd op; volgens mij was het een uur of zeven. Ontwaakte met naast me een geopende bijna nog volle fles wijn op het nachtkastje. ‘O ja’, is het dan in dat koppie van mij. Mijn idee was dat de nacht ervoor mijn laatste drinkfeestje zou zijn maar die wijn weggooien dat vond ik nou ook weer wat. Dus dat ging even mooi niet door. Die heb ik nog wel even leeggedronken.

‘O ja’. Dat was ook zo; ik had me weer van Facebook afgehaald na eerst wat ophef met een reactie veroorzaakt te hebben. Ik had ergens een zinsnede naar iemand gebruikt als ‘ben je nou helemaal gek geworden of zo?’ Ik maak daar nog altijd inschattingsfouten mee: tegen wie kan ik wat zeggen? Kijk, tegen een broer kan dat makkelijk, want die begrijpt wel dat ik daarmee een gedachtegang beschimp en niet de persoon. Met een slokje op denk ik al gauw dat Facebook een intieme huiskamer is waarin ik me opmerkingen op het randje sociaal wel veroorloven kan maar dan kom ik toch menigmaal bedrogen uit. Mijn weblog had ik ook aan de openbaarheid onttrokken; een beslissing die bij deze weer ongedaan is gemaakt.

Na een indringend telefoongesprek met de Muze en vervolgens een douche besloot ik naar de stad te wandelen. Ik voelde me hypergevoelig, nam extreem gedetailleerd in me op. Schoot regelmatig in de lach, uitte eens een vloek en merkte dat wat ik dacht in veel gevallen ook werd uitgesproken. Ik leek wel een gek die zocht naar een brug om onder te slapen.

Mijn idee was het in de stad te blijven, gewoon lanterfanten en genieten van korte interacties met mensen. Bijvoorbeeld in die zaak met gezondheidsvriendelijke producten. Ik keek achter het glas naar liggende broodjes en vroeg aan de vrouw die me kwam helpen:
“U heeft toch ook spinaziebroodjes?”
“Spinaziebolletjes”, verbeterde ze mij geïrriteerd. Zozo, een kakmadam dus, maar nu sprak ik me niet uit. Ze waren heerlijk toen ik ervan at en verder liep; ik dacht niet veel en wat ik dacht was steeds kort en had te maken met wat ik voor ogen had. Dan valt het enorm op dat zoveel mensen niet weten waar ze zijn, druk, druk, druk en steeds op weg naar elders. Op de brug bij het Houtplein bleef ik staan, niet om eronder te duiken, maar omdat kraaien ook wel in de gaten hadden dat mijn bolletje toch echt een broodje was. Ik hou van vogels voeren; dan komen ze naar je toe alsof het ze om jou te doen is, alsof ze van je houden. En toen mijn brood op was zaten vlak voor me op de stenen balustrade nog drie kraaien met hun kopjes naar me te schudden, waarbij ik hen nadeed. Mijn pad vervolgend zag ik een oudere dame met boodschappentassen en gehangen mondhoeken naar me kijken en denken: die is gek! Wat mijn mondhoeken omhoog deed gaan terwijl ik een gelijk oordeel op haar projecteerde.

Daar ging weer iemand die helemaal niet hier was. Een vrouw van rond de dertig, blond haar en paardenstaart, zonnebril, slank, strakke spijkerbroek en beige leren jack, met kinderwagen en dochter erin en zwaarbeladen met tassen van modewinkels, die hier voor mijn ogen nog even begerig een schoenenzaak ik draaide met het hele zooitje. Ik dacht en zei: crazy!

Ik had nog wel trek en dook een broodjeszaak in. Een lieve mooie vrouw deed haar best vriendelijk te zijn toen ze wat bestelde maar dat bonkige jonge vrouwtje achter de toonbank wist volgens mij niet eens dat ze bestond toen de transactie werd afgehandeld. Ik dacht meteen: dat ga ik dus niet meemaken. Ik wist dat ik iets extra’s zou zeggen om haar uit haar rol te brengen, maar had nog geen idee wat. Ik bestelde een broodje beenham en ze kwam terug met het wisselgeld toen ik het nieuwe biljet van vijf euro in haar hand zag.

“Ik weet niet of ik dat kan accepteren; ik hoorde op het nieuws dat bepaalde geldautomaten het niet herkennen.”
“Is dat zo?” zei ze verrast, flauwtjes glimlachend.
“Ja, dat is zo, en ik dacht meteen toen je daar aankwam dat je me met Mopolygeld in de maling zat te nemen”
Nu lachte ze voluit en een smal heerschap daarachter, wellicht haar man, voegde er met big smile aan toe:
“Heeft u nog twee huizen voor mij in de Kalverstraat?”
“Ja precies!” en nu lachten we alledrie zonder schroom, wisselde ik nog een blik met ieder van hen en besloot, voor ik wegwandelde:
“Ik ga dit geld accepteren en wens jullie nog een fijne dag.”
Ze zwaaiden me zelfs nog na.

Op de Grote Markt stond een haringkar. En ik dacht weer, zal ik? Ik had mijn Monopolygeld al tevoorschijn gehaald maar er stond me daar een wijf te mokken en van alles te doen, en te doen alsof ze me niet hoorde toen ik een kwinkslag poogde af te leveren, en toen ze me wel zag na een minuut lulde ze door tegen die kerel van haar waar ze wat mij betreft vooral bij moest blijven maar ik was weg.

Ik liep toe op een tabakszaak. Bestelde daar Drum. Drie mensen hadden het druk met niks en merkten me niet op. Dat zag ik ook vaker bij de tabaksafdelingen van supermarkten: staan gewoon drie mensen te praten alsof acht uur per dag niet genoeg is om elkaar te bereiken, zonder dat ik geholpen werd. Maar oké dan, daar kwam toch iemand met wat het begin van een glimlach kan heten. Die kreeg mijn Monopolygeld en accepteerde het ook maar zei dat vijf euro tegenwoordig toch echt niet meer genoeg is. Hij zei zonder blikken of blozen dat het €8,50 was. Zozo, gaat lekker met die straftax. O ja, accijns heet dat.

Nou, de hele dag ik de stad blijven dat zou ‘m niet worden. Ik dook een Albert Heijn binnen, haalde nog wat wijn en pakte de bus naar huis. Meende dat het zoveelste laatste bacchanaal aanstaande was maar ik was bekaf en verdween rond het middaguur weer in bed. Waar ik een bijzondere droom had. Ik was uitgenodigd door een Facebookvriend die ik een keer heel kort ontmoet heb en die mij een warm hart toedraagt in het verslaan van alcoholische impulsen. Toen ik aankwam lag er sneeuw en ik had gehoord dat ie een 3 D – printer had en zag bij aankomst meest prachtige geometrische figuren van sneeuwkristallen voor zijn villa. En hij liep daar ergens tussen maar als ik hem aan wilde spreken dan stokte mijn stem in de keel. Toen ie me hoorde en ik zei dat die sculpturen zeker met een 3 D-printer waren gemaakt sloeg hij hier geen aandacht op en bleek ik voor iets anders te zijn gekomen.  Hij had een compleet feest georganiseerd. Overal mensen, drankjes, chipsbakken en gezelligheid binnen een uitstekende architectuur; ik wist niet dat hij zo rijk was. Wel dat ie al jaren niet meer drinkt dus ik was verrast dat ik, die me daar keurig hield en om elf uur ’s avonds nog nuchter was, door hem een biertje aangeboden kreeg. Een machtig mooi en ook verwarrend feest. Ik voelde me schuldig toen ik wakker werd.

De laatste wijn, zag ik die daar op mijn computertafel staan? Hoe vaak al niet gezegd? Snel e-mail geopend. Ja gelukkig. Een email van mijn Muze. Mijn leven begint altijd weer opnieuw.

.

Advertenties

Over Joost Lips

https://bodemlozebeeldentuin.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in proza en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s