Ode aan alle wezens en dingen

.

Tot mijn verrassing, zonder enig anticiperen, sloeg ik rechtsaf om nog eens te wandelen langs het huis van onze eerste nacht samen in elkanders armen. Ik keek naar het dakkapel daarboven, en verbeeldde me weer die keer; ik aan de andere kant van de drie ramen gesitueerd waar ik een kaars, die het gedicht verlichtte dat ik zojuist schreef, uit blies en jij die in bed op me lag te wachten. Die verre tijd, toen de angst je te verliezen me al door de aderen stroomde. De moeilijke jaren die volgden  toen het zover was. En verder liep ik, over de paden die de herinneringen brachten van alle dagen die we er samen besteedden, en nu weer even, jaren na ons scheiden, met een pijn die ondertussen ook zoet kan zijn. Glimlachend bekeek ik de dwaasheid van mijn zin te moeten hebben terwijl de duisternis toe nam tot bijna uitzichtloosheid nu ik de duinen naderde via onverlichte paden. Opeens rechtsomkeert en weldra was er weer het licht dat lonkte, de liefde na een dood gestorven, op deze wandeling van verzoening. De wandeling die me zo deed denken aan de man, weet je nog, die woonde bij jou in de buurt en zijn vrouw was overleden. Als wij overdag gearmd liepen, door de buurt of door de duinen richting zee, kwamen we hem niet zelden tegen, altijd alleen, met soms zijn jasje over een schouder gedrapeerd. Ik had steeds weer met hem te doen. En deze nacht besefte ik dat dit niet nodig is en dat we allemaal leren dat niemand voor altijd bij ons kan zijn. We zijn alleen en verliezen ook dat.

Ode aan alle wezens en dingen

De wandeling terug, waarbij het kunstlicht toenam, stadsgeluiden frequenter optraden en gaandeweg feller werden deze zaterdagnacht, waarin stemmen uit kroegen en ook op straat als gewoonlijk ontremd en beschonken klonken. En ik bleef nadenken over mijn zin willen hebben en hoe contraproductief dit mijn hele leven al gewerkt heeft. Ik voelde de sferen als mijn blik in kroegen en late restaurants koekeloerde maar jaloers was ik niet. Ieder mens is uniek en kan de bestemming in anderen willen vinden maar dat leidt tot ellende en ken ik al te goed. Ik wilde altijd meer en zag zo niet de overvloed reeds om mij heen. Het moest op mijn manier en anders werd ik stampvoetend kind die hel voor plezier en gemeenschap verkiest. En nu dacht ik weer aan haar en dat het niet zo gek was dat ze voor een ander koos. Wat eens liefde leek keerde daarmee tot pure afschuw naar dezelfde vrouw omdat ze koos voor waar ze zin in had en dat ik dat niet meer was. Poor me. En was het zo niet met alles in mij gesteld: een gevecht tussen oorspronkelijk zijn en bedelen om aandacht? Ja, daar kwam het altijd wel op neer en het is stupide tot in de grond. Ik kon hier lopen, urenlang in de nacht en niks nodig hebben dan het wonder van waarnemen, overwegen en bestaan. Het was nu alleen nog maar zaak mooie dingen te doen met al die energieën, het hele spectrum van bliss tot hel, het gamma van lichtvoetigheid tot duistere gemoedstoestanden, en niet meer te malen om wat men ervan vinden zal. Dit is wat ik doe; enjoy it if you love it.

Door het centrum heen naar de buitenwijk waar ik woon. Ben ruim twee uur onderweg geweest en zag veel moois om te fotograferen. Heb meestal slechts een eenvoudig cameraatje bij me en benut deze toch veelvuldig al kan ik voorspellen dat het meeste bewogen en onscherp zal zijn. De volgende keer gaat de Panasonic weer mee, en als ik dan de fiets pak kan er een statief in een van de bagagetassen. In plaats van snapshots wat langere tijd nemen om wat ik zie in de nacht ook mooi te vangen en te tonen. Als het wonder dat ik toen met haar zo vierde en na haar vertrek nog zo moeilijk kon zien. Het wonder dat me nooit verlaten heeft. De schoonheid vieren zonder het verlangen dat er iemand meekijkt waarmee ik de vreugde kan delen. En af en toe de camera erbij omdat dat delen toch wel heel erg leuk is.

De wandeling gaf me keer op keer het wonder van vergankelijkheid weer en toch liep ik daar maar mooi, in tijdelijke doch levende glorie. Eens is dit allemaal vertrokken en dit besef deed de intensiteit van iedere waarneming extra oplichten. Iedere dag is er een; ik ben gek met al mijn zorgen. Ook die zogenaamde spirituele overwegingen. Schoonheid is hier en de overvloed wordt niet gezien als het niet in die malle mal van mijn voorwaarden past; voor alles daarbuiten ben ik dan blind. Als ik wandel, lekker lang, dan komt deze dwaasheid meer en meer in zicht en bestaat bij iedere stap de kans dat er weer wat van valt, waarmee het wonder voor mij andermaal is vergroot om me te tonen dat ik me er geheel aan toevertrouwen kan. Ik noemde het zingen voor De Grote Moeder en werkelijk, er is geen plek waar Zij niet is, geen object dat niet de Muze van welke kunst ook zijn kan. Zolang de laatste stap niet is gezet zal ik dit wonder in dankbaarheid willen vieren en als ik me weer vergis, zeg dat iets niet naar mijn zin is, dan stoot ik wel weer ergens de neus om mijn bescheidenheid gewekt te laten worden, de bescheidenheid die weet dat altijd Uw Wil geschiedde en dat dit zonder innerlijke tweespalt beseft kan worden.

.

Advertenties

Over Joost Lips

https://bodemlozebeeldentuin.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in fotografie, proza en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

4 reacties op Ode aan alle wezens en dingen

  1. kiekmanasse zegt:

    Je komt heel dichtbij.

  2. Anna zegt:

    Mooie inzichten Joost.
    Liefs

  3. Heel mooie reflectie. Een wandeling buiten, met een open gemoed, doet breed kijken.

  4. Joost Lips zegt:

    Taal kan naderen…dan valt ze stil Kiek.

    Fijn Anna, blij mee.

    Wandel ook veel binnen Pathwalker, net als Ramesh Balsekar vaak deed, heen en weer.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s