Open deur

.

Toen ik een half uur geleden de tv aanzette viel ik in een programma over een streng bewaakte gevangenis. Het was bijzonder om te zien: in die gevangenis een barbershop waar veroordeelden andere veroordeelden onder handen namen met knipscharen en scheermessen. Een man, 37 jaar geleden daar terecht gekomen, zei dat er in al die jaren geen enkel probleem in de kapperszaak was geweest. Zijn verklaring was eenvoudig: als een bendelid hier in de stoel plaats neemt wil hij geen onmin creëren terwijl ik met scherpe instrumenten in de weer ben. Daarom is er nog nooit wat gebeurd.

Even later beelden van een donkere man die in zijn kleine cel handboeien aangedaan kreeg, door het traliehekwerk heen. Toen mocht hij even naar buiten om een interview af te geven. Op de vraag hoe je je aanpast aan zo een leven, 23 uur per etmaal in een kooi, verklaarde hij dat het niet makkelijk was aan de onnatuurlijke situatie te wennen. De interviewer wilde even de cel in om naar de boeken te kijken; hij zei al snel dat het isolement voor hem sterk voelbaar was. De gevangene legde uit, van buiten de cel, dat dit alleen waar is in zover je dat denkt; de boeken over kabbala en andere metafysische stromingen helpen hem de vrijheid te realiseren los van de fysieke gevangenschap. Aan zijn stralend gezicht was te zien dat hij hier geen fabel vertelde. Hij zat daar, zo werd duidelijk, omdat hij als vijftienjarige jongen twee bejaarde dames van het leven had beroofd. Opbrengst: vijf dollar en levenslang de bak in.

Indrukwekkend was ook het vraaggesprek met een man die op Death Row zat, veroordeeld voor moord op een politieman. Het bijzondere was dat hij vanaf zijn jonge jaren al wist dat hij in de gevangenis belanden zou. Dit bleek ook uit zijn speciale belangstelling voor prisonmovies en zijn vragen als hij langs een gevangenis reed: “wat spoken ze daarbinnen uit?”, “hoe is het leven binnen die muren?” En nu zat hij binnen die muren te wachten, al 19 jaar, op zijn executie, iedere nieuwe morgen onzeker over wanneer hij zijn laatste maal zal eten. Wat dit psychisch voor een mens betekent werd enigszins voelbaar; ik voelde sympathie voor die gozer. Op de vraag of hij zijn executie, als het tijdstip eenmaal daar is, met spijt of opstand tegemoet zal treden, vertrok even zijn gezicht, hij keek naar boven en zei: ja, zeker met spijt maar ook zal ik opstand voelen; men straft mij voor het doden van een mens, omdat men het fout vindt, en nu doodt men mij.

Het programma trof mij sterk; de reportage liet me weer sterk de waarde van vrij rond te lopen beseffen. Bij de donkere man, die de  waarde van zijn boek over kabbala benoemde, had ik de opmerkelijke gedachte: ik kan wel gaan en staan waar ik wil, heb de sleutels van mijn ruime leefhok, maar heb me opgesloten in theorieën over het bestaan. Leven in een fabel, dacht ik meteen, en: hoe zou het leven zijn zonder die fabel? Het tv-programma resoneerde tevens met een droom die ik vannacht had, welke me benauwde. Ik moest mijn woning achter laten en had een kamer gevonden bij anderen in huis en tijd voor mijzelf was ver te zoeken. De woonruimte was veel kleiner dan die ik achter had gelaten en voor toiletbezoek of uitgaan moest ik steeds weer langs mensen die in gangen en hallen zaten. Het was gedaan met mijn privacy en die indruk bleef nadat ik alleen ontwaakte in mijn huidig appartement.

De raakvlakken zijn opmerkelijk te noemen. In de droom was een gozer die zich voordeed als mijn vriend maar aan zijn lach kon ik zien dat hij me niet het achterste van zijn tong toonde en ik op mijn hoede diende te zijn. De donkere man van de kabbala had woorden op zijn muur geschreven. Een spreuk zei iets prachtig dat de paranoia van mijn droom in een keer wist op te slokken: Nobody is your enemy. Nobody is your friend. Everybody is your teacher.

Het programma is onderdeel van een serie; volgende keer meer interviews on Death Row. Vanavond waren er al enkele previews en wat me alles bij elkaar sterk opvalt is dat die gasten een sterk besef hadden gekregen van waarom ze daar zaten; nu hoorde ik er weer een zeggen dat hij zijn lot verdiend heeft. Want ook anderen beschreven heel mooi en overtuigend wat een ongelofelijke assholes ze waren, dat alles altijd om henzelf ging en dat de ingrediënten om in de bajes te belanden hun hele leven al volstrekt aanwezig waren. Nu dacht ik aan mijzelf, en aan hoe vaak ik aan mijzelf voor mijzelf denk. Ik dacht: die laatste omloop van het denken, dat is mijn gevangenis. Ik heb de sleutel van de deur tot en uit deze woning, maar ken ik ook de sleutel tot het hart?

Vanmorgen lag ik op bed, vanmiddag lag ik op bed. Ik was wakker en had mijn ogen gesloten of open; keek alleen maar. Ik was rustig en stil en er werd gezien hoe onrust ontstond; dit te zien was genoeg en dan zakte het weer weg. Ik lag op dat bed en was onbedoeld zeer alert op iedere verstoring van de eenvoudige rust. Het idee kwam op dat ik iets moest doen, presteren, bewijzen. En dan was het weer weg. Ik zag dat ik, sinds ik vorig jaar mijn ontslag kreeg, feitelijk met een soort schuldgevoel heb geleefd dat ik niet meer werk. Niet zozeer omdat ik mijn financiële bijdrage aan de maatschappij zou moeten voldoen maar veeleer omdat mijn talenten sociaal niet meer tot nut worden gemaakt in meest praktische zin. Ik voelde me daarmee een dief van mezelf. De gevangenis van ‘moeten’ en ‘weten’ werd heel rustig gade geslagen en kreeg geen vat op wiens beentjes dan eindelijk toch uit bed zwengelden op niets af.

.

Advertenties

Over Joost Lips

https://bodemlozebeeldentuin.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in proza en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s