.
Duizend doden stierf ik reeds
om haar kontje en de rest
teer en lieflijk, lonkend lachend
lachend zeggend kom maar
dat ik wel kon janken.
Ze is heen gegaan.
Ze ligt nu bij een ander.
Ik sterf duizend doden
en draai Kyteman.
.
.
Duizend doden stierf ik reeds
om haar kontje en de rest
teer en lieflijk, lonkend lachend
lachend zeggend kom maar
dat ik wel kon janken.
Ze is heen gegaan.
Ze ligt nu bij een ander.
Ik sterf duizend doden
en draai Kyteman.
.
joost.lips@kpnmail.nl
*
Welkom op mijn weblog.
Door de jaren heen heb ik veel blogs gehad waarvan er geen enkele gehandhaafd is gebleven. Deze plek heb ik gecreëerd om nieuwste creaties alsook teksten en beeldende vormgeving uit mijn archief te plaatsen. Bovendien zal men werk aantreffen van kunstenaars die ik bewonder; hun namen zullen in dat geval expliciet benoemd worden.
Veel plezier!

.
Er is metafysica genoeg in denken aan niets.
Wat ik denk van de wereld?
Weet ik veel wat ik van de wereld denk!
Als ik ziek werd zou ik daaraan denken.
Welk idee heb ik over de dingen?
Welke mening heb ik omtrent oorzaak en gevolgen?
Wat heb ik tot nu bespiegeld over God, de ziel,
Over de schepping van de Wereld?
Ik weet niet. Voor mij is daaraan denken de ogen sluiten
En niet denken. Het is de gordijnen dichtdoen
Van mijn raam (dat geen gordijnen heeft).
Het mysterie der dingen? Weet ik veel wat mysterie is!
Het enige mysterie is dat er zijn die denken over het mysterie.
Wie in de zon staat en de ogen sluit,
Begint met niet te weten wat de zon is
En heel veel dingen te denken vol van warmte.
Maar dan opent hij de ogen en hij ziet de zon,
En kan al nergens meer aan denken,
Want het zonlicht is meer waard dan de gedachten
Van alle filosofen en van alle dichters.
Het zonlicht weet niet wat het doet
En daarom faalt het niet en is het gemeengoed en goed.
Metafysica? Welke metafysica hebben die bomen?
Die van groen zijn en gekruind en takken hebben
En van vruchten geven op hun tijd,
hetgeen ons niet doet denken
Ons, die niet bij machte zijn ze echt te zien.
Maar welke metafysica is beter dan de hunne,
Die is: niet weten waartoe ze leven
Noch weten dat ze het niet weten?
'Innerlijke constitutie der dingen'...
'Innerlijke zin van het Heelal'...
Dat alles is onecht, dat alles wil niets zeggen.
Het is ongelooflijk dat men denken kan aan dat soort dingen.
Het is als denken aan redenen en doeleinde
Wanneer het eerste ochtendlicht straalt, en langs de rand der bomen
Een zacht en glanzend goud de duisternis verdrijft.
Denken aan de innerlijke zin der dingen
Is overtollig, zoals denken aan gezondheid
Of als een glas water dragen naar het water van de bronnen.
De enige innerlijke zin der dingen
Is dat ze geen enkele innerlijke zin hebben.
Ik geloof niet in God omdat ik hem nooit heb gezien.
Als hij zou willen dat ik in hem geloofde,
Zou hij ongetwijfeld met mij komen praten
En mijn kamer binnenstappen
En mij zeggen, Hier ben ik!
(Dit klinkt misschien lachwekkend in de oren
Van wie, niet wetende wat kijken naar de dingen is,
Ook niet begrijpt degene die erover spreekt
Op de manier van spreken die het waarlijk zien der dingen leert.)
Maar als God de bloemen en de bomen is
En de bergen en zon en het maanlicht,
Dan geloof ik in hem,
Dan geloof ik in hem op ieder uur,
En mijn hele leven is één gebed en één mis,
En een communie met de ogen en door de oren.
Maar als God de bomen en de bloemen is
En de bergen en het maanlicht en de zon,
Waarom dan noem ik hem God?
lk noem hem bloemen en bomen en bergen en zon en maanlicht;
Want als hij, opdat ik hem zou zien,
Zich zon gemaakt heeft en maanlicht en bloemen en bomen en bergen,
Als hij mij verschijnt zijnde bomen en bergen
En maanlicht en zon en bloemen,
Dan is het omdat hij wil dat ik hem ken
Als bomen en bergen en bloemen en maanlicht en zon.
En daarom gehoorzaam ik hem,
(Wat weet ik meer van God dan God van zichzelf?),
Ik gehoorzaam hem door te leven, spontaan,
Als wie de ogen openslaat en ziet,
En ik noem hem maanlicht en zon en bloemen en bomen en bergen,
En ik heb hem lief zonder aan hem te denken,
En ik denk mij hem door te zien en te horen,
En ik ga met hem op ieder uur.
Het ontglipt me, maar zie
het is ook hier;
midden in het ontglippen
kan het me nooit ontglippen
Als het Kennen realiseert
dat het Kennen niet kan Kennen
stopt het zoeken naar Kennen
valt Kennen in Zichzelf terug.
Zij zoekt niet meer en vindt
in alle vormen Zichzelf;
zij is het zien van alle open deuren
naar het deurloze.
Dus als men naar de Liefde vraagt
dan leidt er geen weg heen;
dan is het Liefde Zelf die vraagt
naar de Liefde die het al is.
Het kind raapt iets op,
de wereld bestaat niet meer,
alleen dit sieraad; Liefde
raapt Zichzelf op.

De Geest van het Dal sterft nooit.
Ze wordt de Geheimzinnige Vrouw genoemd.
En de deuropening van de Geheimzinnige Vrouw
Is de bron waaruit Hemel en Aarde ontspringen.
Ze bevindt zich altijd in ons.
Put uit haar zoveel ge wilt, ze valt nooit droog.
.
als ik uw naam roep
volgt er het diepe galmen
van mijn woorden in de leegte
tot er niets van over is
andermaal roep ik u
want haveloos ben ik
en moegestreden, vrede
in u is wat ik nog wil
met hand achter de oorschelp
verneem ik echter niets;
ik pak een pen, een vel papier
en schrijf de stilte op
.
als de gewoonte uit de ogen,
het sleetse uit de zintuigen treedt,
is hier opeens het volle wonder
als het jeugdig ontzag van weleer,
zo dichtbij nu de echo van die keer,
in de zonnetuin van ’t ouderlijk huis,
de blijde verbazing dat ik bestond.
met het verstrijken van de jaren
kan bijtende melancholie opstaan
om de tijd die niet te houden is,
de jeugd die rimpels krijgt, de dromen
die niet uitkwamen…ballast verzameld
en verlangend naar de jonge jaren
die nooit meer wederkeren.
morgen alweer tweeënvijftig
en toch voel ik dat ik jong zal blijven
want nooit heeft mij die jongen verraden
die daar zat te lezen in de zon
toen die dag begin tachtiger jaren
met de tau teh tjing in zijn handen,
op zijn zomergezicht een lach.
.
…en zo de dag zich in de nacht had begeven
verbleef ik, niet wachtend, nee, de duisternis
was mij licht genoeg tot ochtendschemering
haar weer verjoeg
tis waar: ik mag graag leven tegendraads,
waken als de mensen slapen; in het licht
komen mijn diepste dromen niet boven,
blijven verscholen tot aan het duister
want pas in de donkerte van eenzaamheid
gaat ‘t gesloten universum voor me open,
vallen gaten tussen de slierten van geloven
die de wereld maken, die de wereld breken
met slagmes door de jungle van de geest,
paden banend waar nooit iemand komt,
om me tenslotte verloren en uitgeput te vinden,
vanonder uitgespuwd door draaikolk fantasie
de deemstering schept eerlijke obscure ruimte
waarin geboden en verboden met voeten getreden,
geheimen niet langer om iemands wil vermeden
worden; niets blijft onbekend aan dit zwarte licht
.
Alle stemmen vallen diep zo diep,
cirkelen rondom oneindigheid,
een oorverdovend niets
slokt ze allen op.
Van de gezichten op de foto’s
zie ik de tijd voor het bestaan
waaruit de vormen opspelen,
mij intens verwonderend.
Geen goed, geen kwaad
in het licht achter alle ogen
van wie zichzelf niet bedacht,
een met de stroom.
Wonder dat zich niet kennen laat,
onze aandacht wekt en,
altijd onvangbaar, onze trage kennis
tot op de draad verslijt.
.
de taal draait zich nog eens lekker om
in zijn mandje van betekenis
terwijl het beestje glimlachend droomt
van zijn niet-bestaan
wrijft nog eens in zijn handen
waarop hij zojuist nog spoog
om weer eens een ferme waarheid
ten beste te liegen
kom maar op zegt taalbeest
want alle woorden lust ie rauw,
verslindt ie en neemt ie mee
voor weer een vuurproef
je krijgt geen vat op hem
en zijn suggesties zijn leeg
als iedere gedachte die weerom
moet komen tot stilte
laat maar blaffen
want zonder geblaf geen universum;
eerst was het woord is een leugen echter
daar met het woord volgorde pas begon.
Daar heb je minstens een half uur aan gewerkt met veel koffie….
Goeie gok; het was ongeveer tien minuten.
Dat van die koffie klopt.
…maar goed dat er nog meer kontjes zijn…
…en weet je ook wat je niet mist…
…ik hou ‘t bij espresso…
Lekker orkestje wel….
En goeie tekst!
dubbele espresso op een terras
anders blijf ik bestellen
Bert, hou die Kiteman in de gaten;
enorme passie drijft hem!