.
Voor Jess
Ik weet het niet hoor. Dat dacht ik al als jongeling. Dat ik niets wist. Ik kon best wel leren maar het interesseerde me allemaal verrekte weinig. Ik voelde me niet van kennis gemaakt. Ik hield van schrijven maar dacht: dan moet je eerst wereldliteratuur lezen? En daar had ik helemaal geen boodschap aan. Me een beetje door een ander laten vertellen zeker wat ik zelf meemaak? Ik ben niet gek!
En politiek, geschiedenis, het kon me allemaal aan de kont roesten. De geschiedenis heeft mij hier toch al neergezet? Met al de genen ervan in me reeds. Waarom terugkijken? Onzin. Als je gevoelig bent ruik je geweld vanaf een afstand en hoef je echt niet de biografieën van de grootste hufters van de mensheid te kennen.
En toen ging ik van stal. Ik was verlegen, intens, maar ik ging van stal. In het ouderlijk huis was ik bekend als dat stille ventje maar het viel ook op, dat als ik eens wat zei, dat ik blijkbaar goed geluisterd had want de hele tafel met ouders, zeven kinderen en aanverwanten viel dan stil. En ik was het daarna weer een hele tijd om alle onzin op te zuigen en er iets van te maken dat mij nou aansprak. Zo leerde ik me langzaam uit te spreken.
De grote wereld in. Ik weet het nog goed, het was op Hollands Spoor in Den Haag. Ik bezocht in de Residentie een Sociale Academie waar onzin werd verkocht zoals ik nog nooit gehoord had, maar ik durfde het nog niet te zeggen op straffe van een rood hoofd. Op dat treinstation dacht ik heel simpel: dat rode hoofd is nergens op gebaseerd en het gaat er nu alleen nog maar om te spreken voordat je bang wordt om te spreken Joost! Zo ontmoette ik voor het eerst de vrijheid van spontaniteit in de waanzin die ondertussen rond me heen opgetrokken was.
Met mijn grote bek ging vanzelfsprekend alles daarna mis wat er maar mis kon gaan maar dat deerde me niet wezenlijk, hoewel het me zeker tijdelijk kon verlammen. Zo maakte je je dus die waanzinnige wereld eigen: door tegenslag. En als iemand aardig was dan ging ik er weer vol voor, ik werd zelfs vader.
Mijn dochter kreeg ik al snel niet te zien en dat werd nog duur betaald ook. Af en toe, nu ze 21 jaar is, krijg ik een filmpje te zien om mij lekker te maken voor het ‘nee’ dat van die kant de scepter zwaait. Ik zei vandaag nog tegen mezelf dat mijn dochter er niks aan kan doen. En waarschijnlijk haar moeder en oma ook niet. Dit is mijn wereld waarin ik de gifbeker drink om mijn goedertieren aanleg te compenseren met scheldkanonnades aan wie mij blijkbaar niet willen verstaan terwijl er jarenlang probleemloos geld uit mijn beurs werd getrokken, en zelfs, het extra geld dat ik mijn dochter gaf, niet bij haar terecht kwam. Op een gegeven moment weet ik het toch wel, en laat hen dat ook weten. Als mijn dochter mij niet wil zien omdat ik zo een drankkanon ben dan is dat maar zo, ook als ik vier maanden droog stond bleef de houding dezelfde en dacht ik: ze zal wel goed opgevoed zijn maar in 1 ding niet: ik ben zwart gemaakt al die tijd dat ze me onthouden is. Toen ze zes was zeiden mensen tegen mij: straks is ze twaalf en maakt ze haar eigen keuze. Toen ze twaalf was zei mijn omgeving dat ze straks achttien is, en dan autonoom voor me zal kiezen. Ze is nu 21 en leeft met verhalen waar ik nooit bij mocht zijn. Niet van de moeder en haar omgeving en ook niet van de rechter. De rechter zei, toen mijn dochter nog geen drie was, tegen de moeder: mevrouw X, ik kan er niks aan doen als u weer de omgangsregeling dwarsboomt maar ik sta niet graag in uw schoenen als uw dochter achttien is en vraagt waar haar vader is. Die rechter was ook in de war. Ik heb stichting dwaze vaders aangeschreven en niets hielp het verhaal dat in mijn dochters hoofd gestopt zou worden tegen te houden. Omaatje had een vriendje die nog even, gepensioneerd kinderarts, zo deftig was een brief naar de rechtbank te zenden dat ik geen goede vader was. De vader die ik nooit heb mogen zijn. En vandaag krijg ik weer een filmpje binnen van wat mijn dochter kan. Heel veel, aartje naar haar vaartje. Het doet me pijn dat ik dat steeds als lokaas krijg toegezonden terwijl werkelijk contact door betrokkenen volstrekt ontweken wordt.
In vroeger dagen van mijn blogleven ben ik erop gewezen dat ik privacy van anderen schond. Ik ben daar op gaan letten. Als ik iets zei over mijn zus die aan longkanker sterven zou, mocht dat volgens velen niet en anderen vonden het prachtig. Als ik iets zei over mijn tweede zus die aan longkanker stierf dan schond ik alweer de privacy. Is iedereen hier gek geworden of zo! En weer haalde ik mijn weblogs weg. Toen, na de begrafenis van die tweede zus, kreeg ik het ontslag na 21 jaar trouwe dienst met heerlijke zwakzinnigen die meer begrijpen van liefde dan de managers daarboven. Met het verzoek erbij alles van mijn weblog te halen wat over hen ging. Samenvattend kan ik vanuit deze tendens zeggen dat ik niks meer mag zeggen omdat mijn beleving altijd van iemand anders is. Samenvattend zeg ik dat ik geen ene moer daarmee meer te maken heb. Fijn dat u, wie u ook was, me gehoord heeft. Met dank aan wie echt willen horen, wat niets met specifiek talent te maken heeft. Heb je geen hart, dan is mijn compassie keihard: opsodemieteren!
.













